XLLeaseVeelgestelde vragenKrijg ik op geleaste bestelauto’s de BPM-vrijstelling?

Krijg ik op geleaste bestelauto’s de BPM-vrijstelling?

Bestelauto’s die op 1 juli 2005 of later voor het eerst zijn te naam gesteld, zijn belast met BPM. Ondernemers (en gehandicapten) kunnen echter onder bepaalde voorwaarden een vrijstelling van BPM krijgen. Voor een ondernemer is dan vereist dat hij ondernemer is in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968 (en dus een BTW nummer heeft) en dat hij de bestelauto voor meer dan 10% van de jaarlijks gereden kilometers voor zijn bedrijf gebruikt.

Vrijstelling BMP bij lease

Voor bestelauto’s die op naam worden gesteld van lease- en verhuurmaatschappijen geldt een vrijstelling als wordt voldaan aan de hiervoor genoemde eisen door zowel leasemaatschappij als lessee. Er wordt als het ware ‘door de leasemaatschappij heengekeken’.
De leasemaatschappij moet kunnen aantonen dat de klant aan de voorwaarden voor de BPM vrijstelling voldoet. Dat kan door middel van een ondernemersverklaring. In deze verklaring geeft de lessee aan dat hij of zij ondernemer is en dat de auto minimaal 10% zakelijk wordt gebruikt. Verder dient de lessee de leasemaatschappij direct in kennis te stellen van het moment waarop de lessee niet meer aan de eerder genoemde eisen voldoet.
Tot slot dient de leasemaatschappij de adresgegevens, het btw-nummer inclusief een print van de controle daarvan en een kopie van het leasecontract inclusief vermelding van het kenteken vast te leggen in haar administratie.

Voor lease- en verhuurmaatschappijen geldt daarnaast een vrijstelling als er voor een kortere periode dan vier weken aan anderen dan ondernemers wordt verhuurd/geleast. Voor de vier wekeneis geldt dat contracten die elkaar direct opvolgen gezien worden als één contract.

Doorschuifregeling

Indien in de vijf jaar na de inschrijving in het kentekenregister niet aan bovengenoemde ondernemerseisen wordt voldaan, wordt de vrijstelling voor de nog resterende maanden van deze 5-jaarsperiode alsnog verschuldigd.
Voor wijziging van de tenaamstelling (verkoop) geldt daarbij ter voorkoming van BPM-afdracht in een situatie dat de nieuwe eigenaar ook weer een ondernemer is een zogenaamde doorschuifregeling als de opvolger ook aan alle voorwaarden voldoet. Hiervoor hoeft thans geen verzoek meer aan de fiscus te worden gedaan. Een door koper en verkoper getekende verklaring waarin is opgenomen dat de koper ook aan de eisen voldoet en de BPM-claim overneemt volstaat.

Na de vijf jaar na inschrijving is de bestelauto vrij van rest-BPM en hoeft niet langer aan de ondernemersvoorwaarden voldaan te worden. Wel moet de bestelauto dan nog aan de inrichtingeisen blijven voldoen.