XLLeaseNieuwsBPM-teruggaaf mogelijk op flexibel ingerichte rolstoelbus

BPM-teruggaaf mogelijk op flexibel ingerichte rolstoelbus

Geplaatst op vrijdag 18 april 2014 door XLLease

De Hoge Raad heeft beslist dat de BPM-teruggaaf voor groepsvervoer van rolstoelgebruikers ook geldt voor een rolstoelbus met flexibele inrichting.

In deze procedure ging het om een bestelbus die is omgebouwd voor vervoer van leerlingen die door hun handicap op een rolstoel zijn aangewezen. De bus kan worden aangepast aan de te vervoeren passagiers. Er kunnen maximaal vier personen in een rolstoel worden vervoerd, waarbij alle normale stoelen zijn opgeklapt. Er zijn in totaal acht gewone autostoelen (naast die van de bestuurder). Als deze acht stoelen gebruikt worden, is er geen ruimte voor het vervoer van personen in een rolstoel. Daartussenin zijn verschillende combinaties mogelijk van vervoer van personen in een rolstoel en personen op een gewone autostoel.

De Wet BPM kent een teruggaafregeling voor voertuigen die zijn ingericht en uitsluitend worden gebruikt voor het vervoer van rolstoelgebruikers in groepsverband. Het teruggaafverzoek voor deze flexibel ingerichte rolstoelbus is echter afgewezen, en ook bij de belastingrechter is deze instelling in het ongelijk gesteld. In hoger beroep oordeelde het Gerechtshof Amsterdam onder andere dat gelet op de flexibele inrichting en de multifunctionele inzetbaarheid van de bestelbus, niet kan worden gesteld dat deze is ingericht en uitsluitend wordt gebruikt voor het vervoer van rolstoelgebruikers in groepsverband.
De Hoge Raad is het met dat oordeel niet eens. Onder ‘vervoer van rolstoelgebruikers’ geldt ook “vervoer op een autostoel van personen die rolstoelafhankelijk zijn en voor wie het dankzij de in of aan het motorrijtuig aangebrachte voorzieningen zoals een rolstoellift, instapstangen en soortgelijke voorzieningen mogelijk wordt in het motorrijtuig plaats te nemen om te worden vervoerd met medeneming van hun rolstoel”.

Een rolstoelgebruiker blijft een rolstoelgebruiker, ook als hij – met meenemen van zijn rolstoel – in een gewone autostoel zit. De BPM-teruggaafregeling kan dus zó worden gelezen dat het gaat om het vervoer van rolstoelgebruikers an sich en dat daarbij is niet relevant hoe zij worden vervoerd.
Dit oordeel van de Hoge Raad ging overigens uitsluitend over de flexibele inrichtingsmogelijkheid. De discussie ging niet om de vraag of er hier al dan niet sprake was van uitsluitend gebruik voor groepsvervoer van rolstoelgebruikers. Dat blijft namelijk ook bij zo’n flexibele bus wèl een vereiste.