XLLeaseFiscaliteiten

Fiscaliteiten

Gebruik zakelijke auto voor andere baan leidt tot bijtelling

Nee, zegt Gerechtshof Den Haag in een recente zaak. In die zaak ging het om een ondernemer die naast haar eigen onderneming ook elders in loondienst werkte. De auto die op de balans van haar eigen onderneming stond, gebruikte zij ook voor het woon-werkverkeer naar die andere onderneming.

Omdat woon-werkverkeer voor de bijtelling zakelijke ritten betreft, was deze ondernemer van mening dat met een sluitende rittenregistratie de bijtelling voorkomen kon worden. De rechter oordeelt daar in hoger beroep anders over. Er is hier namelijk geen sprake van woon-werkverkeer met een auto van die werkgever, maar met een auto uit de eigen onderneming. In een eerder arrest heeft de Hoge Raad daarover geoordeeld dat zulke kilometers dan als privégebruik moeten worden gezien, tenzij er een vergoeding voor de kosten van dat gebruik in de winst is opgenomen of het loon uit de dienstbetrekking deel uitmaakt van de winst van de onderneming. Beide was hier niet het geval. Hoewel het maar om 1.282 kilometers ging, betekent dat dan toch een bijtelling over het hele jaar. Door een gebruiksvergoeding in de winst van je eigen onderneming op te nemen, kun je zo’n ongewenste uitkomst voorkomen.

Lees verder

Kamervragen over BPM-wijziging door nieuwe WLTP-test

De staatssecretaris antwoordt dat het kabinet ernaar streeft om de totale BPM-opbrengst niet te laten stijgen als gevolg van de WLTP. Bij de omzetting naar een op WLTP-uitstootwaarden gebaseerde BPM-tabel is dan ook grote zorgvuldigheid geboden. Om te komen tot een BPM-tabel waarbij de totale BPM-opbrengst min of meer gelijk blijft, is voldoende inzicht nodig in de WLTP CO2-uitstoot van nieuwe auto’s in Nederland. Ook is meer inzicht nodig in het verschil tussen WLTP en NEDC CO2-uitstoot bij verschillende segmenten auto’s en de spreiding daarbinnen. Op dit moment zijn er nog onvoldoende gegevens beschikbaar om een zorgvuldige omzetting naar een op WLTP-uitstootwaarden gebaseerde BPM-tabel te maken.

TNO verwacht dat het aantal WLTP-auto’s in Nederland, voor alle automodellen, vanaf begin 2019 zal gaan toenemen. TNO rapporteert in mei 2019 over de analyses van de dan beschikbare data. Aan de hand van dit TNO-rapport bekijkt de staatssecretaris of het mogelijk is om per 1 januari 2020 een op WLTP-testresultaten gebaseerde BPM-tarieftabel in de wet op te nemen. Dit betekent dat in ieder geval tot 1 januari 2020 de NEDC CO2-uitstoot de heffingsgrondslag van de BPM blijft. Die oude NEDC-waarde kan door de fabrikant worden vastgesteld op basis van de oude test, of op basis van een Europees omrekenmodel.

Lees verder

Praktische tips voor de btw-correctie privégebruik

Het vaste percentage kan worden toegepast als er onvoldoende gegevens over het werkelijke gebruik voorhanden zijn. Soms zijn die gegevens er echter wel. Dat kan tot een voordelige uitkomst leiden. De werkelijke kilometerverhoudingen van het privégebruik ten opzichte van het totale aantal gereden kilometers in het kalenderjaar worden dan gebruikt voor de berekening van de btw over het privégebruik. Dat percentage wordt dan vermenigvuldigd met de btw op de autokosten. Daarbij moet in de eerste 5 jaar ook 1/5 van de btw op de aanschaf worden meegenomen.

Wordt wel het forfait toegepast, dan kan vanaf het vijfde jaar na het jaar van de aanschaf, ook een lager forfait worden toegepast. Dat bedraagt dan 1,5% in plaats van de standaard 2,7%.

Het bijhouden van de kilometers kan voor auto’s die relatief weinig privé gebruikt worden voor de btw tot een voordelige uitkomst leiden. Wel moet daarbij bedacht worden dat het woon-werkverkeer voor de btw als privégebruik wordt gezien. Voor de bijtelling is het woon-werkverkeer zakelijk.

Die regeling betekent ook dat bestelauto’s die niet privé maar wel voor woon-werkverkeer gebruikt worden en dus geen loonbelastingbijtelling hebben, wel met de btw-correctie te maken hebben. Ook dan kan gebruik van de werkelijke kilometerverhoudingen een mooi fiscaal voordeel opleveren.

Lees verder

Hoge Raad: Verschil in bijtelling 22 versus 25 procent is toegestaan

Vanaf 2017 is het standaardbijtellingspercentage verlaagd naar 22%. Echter, auto’s met een Datum Eerste Toelating van uiterlijk 31 december 2016 hielden als uitgangspunt een bijtellingspercentage van 25%.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft het beroep in 2017 afgewezen. De belangrijkste reden voor de rechter was de ruime beoordelingsvrijheid van de wetgever en de overweging dat de wetgever bij de wijziging niet zozeer naar milieumaatregelen heeft gekeken, maar vooral naar een gewijzigd kostenpatroon. Door het zuiniger worden van auto’s, dalen de brandstofverbruikskosten bij een gestegen aanschafprijs. Het percentage bijtelling moest daarom bijgesteld worden. De wijzigingen in Autobrief II per 2017 waren volgens de rechter een logisch aanknopingspunt.

De Hoge Raad heeft dat oordeel van de Rechtbank nu bevestigd. De Hoge Raad zegt hier onder meer over: “Dat de wetgever ten aanzien van de overgang naar het lagere percentage ook een andere keuze had kunnen maken, maakt niet dat de keuze van de wetgever om in de overgangsregeling te bepalen dat het percentage van 25% voor auto’s met een datum eerste toelating van uiterlijk 31 december 2016 gehandhaafd blijft, van redelijke grond is ontbloot” en “De wetgever heeft met het overgangsrecht onder andere onwenselijke effecten willen voorkomen. Gedacht kan worden belastingplichtigen die enige tijd voor de wetswijziging op het punt staan om een nieuw leasecontract af te sluiten. In de wetenschap dat het algemene bijtellingspercentage toch op korte termijn omlaag gaat, zouden zij dan eerder hebben kunnen besluiten om een minder zuinige auto te leasen. Van de keuze van de wetgever om de overgangsregeling in te voeren, kan dan ook niet worden gezegd dat deze van redelijke grond is ontbloot. Van een in de wet opgenomen ongeoorloofde ongelijke behandeling is dan ook geen sprake”.

Gevolg van deze uitspraak is overigens ook dat de bijtelling voor auto’s waarop een korting wegens lage CO2-uitstoot van toepassing was, na afloop van de 60-maandsperiode niet naar 22% maar naar 25% bijtelling gaat. Voor volledig elektrische auto’s betekent dat een bijtelling van 7% i.p.v. 4% over de eerste 50.000 euro catalogusprijs.

Lees verder

Update procedure over bijtellingsverschil van 22 en 25 procent

Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft het beroep in 2017 afgewezen. De belangrijkste reden voor de rechter was de ruime beoordelingsvrijheid van de wetgever en de overweging dat de wetgever bij de wijziging niet zozeer naar milieumaatregelen heeft gekeken, maar vooral naar een gewijzigd kostenpatroon. Door het zuiniger worden van auto’s, dalen de brandstofverbruikskosten bij een gestegen aanschafprijs. Het percentage bijtelling moest daarom bijgesteld worden. De wijzigingen in Autobrief II per 2017 waren volgens de rechter een logisch aankopingspunt.

Het cassatieberoep van de Vereniging Zakelijke Rijders tegen deze uitspraak ligt inmiddels alweer geruime tijd bij de Hoge Raad. In maart 2018 is in die zaak de Conclusie van de Advocaat-Generaal al verschenen. Die Conclusie is een onpartijdig advies aan de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal adviseerde de Hoge Raad het beroep ongegrond te verklaren. Volgens hem valt de overgangsregeling onder de ruime beoordelingsvrijheid van de wetgever.

De Hoge Raad heeft laten weten dat het arrest in deze zaak in het laatste kwartaal van 2018 zou worden gepubliceerd. Dat is echter niet gebeurd. Het arrest van de Hoge Raad wordt nu vrijdag 11 januari 2019 verwacht, zodat de uitkomst meegenomen kan worden in de aangiften inkomstenbelasting over 2018.
Wij houden u op de hoogte.

Lees verder

Ook in 2019 milieu-investeringsaftrek voor duurzame mobiliteit

De elektrische auto komt ook in 2019 weer in aanmerking voor MIA. De MIA bedraagt dan 27% over een maximale investering van € 40.000. Voor de waterstofpersonenauto geldt een MIA van 36% over maximaal € 50.000. Op deze auto geldt voor 75% van de investering ook de VAMIL-afschrijving. Op plug-in hybrides wordt geen MIA meer toegekend.

13,5% MIA over de helft van de investering is er voor elektrische bromfietsen en snorfietsen met een lithiumhoudende accu. Deze brom- en snorfietsen mogen voor 75% ook willekeurig afgeschreven worden.

MIA en VAMIL zijn er ook voor de volledig elektrische bestelauto uit de N1-categorie. Dat is de bestelauto tot een maximaal bruto voertuiggewicht van 3.500 kg. De MIA is dan 36% over maximaal € 75.000 De VAMIL gaat over 75% van je investeringsbedrag.
De regeling voor elektrische bestelauto’s met een hoger voertuiggewicht (N2 en N3 categorie) is in vergelijking met 2018 gewijzigd. Ook de gesloten bestelauto kwalificeert in 2019 voor deze regeling van 36% MIA en VAMIL. Er geldt hierbij voor de MIA geen maximaal investeringsbedrag per voertuig. De bestelauto mag in plaats van lithiumhoudende accu’s ook voorzien zijn van NaNiCl accu’s.
Aardgasbestelauto’s komen niet meer voor MIA in aanmerking. 13,5% MIA is er alleen nog voor een aardgasbakwagenchassis of trekker in de N2 en N3 categorie.

Waterstofafleverstations en oplaadpunten voor elektrische voertuigen komen onder voorwaarden ook in aanmerking voor 36% MIA en voor VAMIL.

De energielijst geeft een opsomming van de investeringen waarvoor 45% energie-investeringsaftrek geldt. Voorbeelden van de 2019-lijst zijn de zonnepanelen voor bestelauto’s met duurzame transportkoeling en de lichtgewicht bakwagenopbouw voor bestelauto’s.

De MIA en EIA gelden anders dan de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek ook bij operational lease. De leasemaatschappij doet dan zelf de aanvraag.
Tot slot: Denk voor deze regelingen aan tijdige melding via het e-loket van RVO. Dat moet binnen 3 maanden na het aangaan van de verplichtingen.

Lees verder

Concept van het Klimaatakkoord gepresenteerd

Voor de mobiliteit is vooral de uitwerking van de afspraak uit het regeerakkoord over 100% nulemissie nieuwverkopen van auto’s vanaf 2030 belangrijk.

Als een nulemissieauto straks “het nieuwe normaal” is, moet er ook gekeken worden naar uitfasering van de fiscale stimulering van elektrische auto’s. In 2019 wordt er een verkenning uitgevoerd die breed kijkt hoe de autobelastingen op termijn anders vormgegeven kunnen worden.

Opvallende aspecten in het onderdeel Mobiliteit van het ontwerp van het Klimaatakkoord zijn:

– Vrijstelling van BPM voor nulemissieauto’s tot en met 2024. Vanaf 2025 wordt de BPM op deze auto’s dan een vast bedrag van 350 euro.

– Vrijstelling van (het rijksgedeelte van) de motorrijtuigenbelasting voor nulemissieauto’s tot 2025, gevolgd door een oplopend percentage (tot 45% van het normale tarief in 2030).

– Een aanschafsubsidie voor particuliere rijders van een emissieloze auto: Beginnend met 6.000 euro in 2021, dalend naar 2.200 euro in 2030.

– Een bijtelling voor privégebruik van een nulemmissieauto van 8% (over een catalogusprijs van maximaal € 50.000) in 2021 en 2022, 10% vanaf 2023 en 2024 en dan doorstijgend naar 20% in 2030.

– Uitstel van invoering van een aftopping van het bijtellingsvoordeel tot een catalogusprijs van € 50.000 voor waterstof- en zonnecelauto’s tot na 2024.

– Dekking van de stimuleringsmaatregelen door invoering van een innovatietoeslag op alle auto’s (inclusief emissieloze auto’s) van 25 euro per jaar naast een eenmalige innovatietoeslag bij aanschaf van een niet-emissieloze auto (tussen € 87,50 en € 350) en verhoging van de brandstofaccijnzen met 1 cent voor benzine en diesel vanaf 2020 en voor diesel met 1 cent per 2023. Ook zal de MRB voor benzine- en diesel(bestel)auto’s stijgen.

– Het bijzondere BPM-tarief voor plug-in hybrides zal vervallen.

De komende maanden rekent het Planbureau voor de Leefomgeving de afspraken door. Wij houden u op de hoogte.

Lees verder

Lagere btw-heffing privégebruik voor auto van de zaak mogelijk

Bijzonder is dat het woon-werkverkeer voor de btw wordt gezien als privégebruik. Voor de bijtelling in de loon- en inkomstenbelasting is dat niet zo. Die bijtelling voor privégebruik kun je voorkomen met een sluitende rittenregistratie, ook al gebruik je de auto ook voor woon-werkverkeer.

Voor de btw leidt het woon-werkverkeer wél tot een correctie van de btw-aftrek bij de werkgever. Omdat het 2,7%-forfait over de catalogusprijs inclusief btw én BPM wordt berekend, komt dat forfait in deze gevallen meestal te hoog uit.

Er is echter een alternatief, ook als je geen sluitende rittenregistratie hebt. Als het btw-privégebruik van een auto alléén bestaat uit woon-werkverkeer is het niet per se nodig om een kilometeradministratie bij te houden om de verschuldigde btw te berekenen. Je hoeft dan alleen de woon-werkafstand vast te stellen en bij te houden hoe vaak deze reizen plaatsvinden.

Dit totaal aantal “privé”-kilometers zet je dan één keer per jaar af tegen het jaarkilometrage van de auto. In die verhouding pas je dan als werkgever een btw-correctie toe. Belangrijk is dan wel om elk jaar op 31 december de kilometerstand vast te leggen, zodat je het totale jaarkilometrage weet.

In plaats van het daadwerkelijk bijhouden van de frequentie van het woon-werkverkeer mag je ook uitgaan van een vast aantal van 214 werkdagen per kalenderjaar. Bij dit aantal is onder andere rekening gehouden met een gemiddeld aantal verlofdagen.

Het aantal werkdagen (214) kun je naar evenredigheid aanpassen als de werknemer op minder dan vijf dagen per week werkt of als een werknemer in de loop van het kalenderjaar in een nieuwe baan begint of zijn baan opzegt.

Een overzichtelijk alternatief, waarmee een mooie btw-besparing te behalen valt.

Lees verder

Nieuwe subsidies voor elektrisch rijden in het Klimaatakkoord

In de voorstellen wordt gekoerst op het jaar 2030. In dat jaar moeten er alleen nog elektrische auto’s verkocht worden en zouden er al 2 miljoen elektrische auto’s op de weg zijn. Ook zijn er dan 1,8 miljoen laadpunten verspreid over het hele land. Door subsidies en belastingmaatregelen moet dat gerealiseerd worden.

In de voorgestelde maatregelen wordt gesproken over belastingvoordelen en subsidies.

De huidige vrijstelling van BPM voor elektrische auto’s blijft doorlopen tot 2025. Daarna geldt alleen de niet van de CO2-uitstoot afhankelijke vaste voet van de BPM. Die bedraagt ongeveer 350 euro.

De MRB-vrijstelling loopt eveneens door tot 2025. Daarna gaan ook elektrische auto’s deze wegenbelasting betalen.

Voor zakelijke auto’s blijft er een verlaagde bijtelling en een aanschafsubsidie die in 2021 begint bij 3430 euro en terugloopt tot 1830 euro in 2024. De zogenoemde milieu-investeringsaftrek (MIA) die bedrijven nu voor elektrische auto’s of laadpunten kunnen aanvragen vervalt dan.

Voor nieuwe elektrische privéauto’s komt er volgens deze voorstellen in 2021 een aanschafsubsidie van 6000 euro, aflopend naar 2200 euro in 2030.
Tweedehands auto’s moeten in Nederland gehouden worden door een subsidie die export voorkomt

Om de voorstellen te financieren wordt de accijns op benzine vanaf 2020 met 1 cent verhoogd, die op diesel in 2020 met 1 cent en in 2023 nogmaals met 1 cent. Verder gaat de motorrijtuigenbelasting voor diesel- en benzineauto’s omhoog. Op termijn zal het hele belastingstelsel voor de autobelastingen moeten worden herzien. Of er dan een zogenoemde kilometerheffing wordt ingevoerd of een andere vorm van rekeningrijden is nog niet duidelijk.

Lees verder

Meer auto's van de zaak? Dan soms toch maar één keer bijtelling

Voor de bijtelling is het uitgangspunt dat je de werkgever de bijtelling voor privégebruik per auto beoordeelt. De bijtelling privégebruik auto pas je als werkgever toe voor elke auto waarmee de werknemer op kalenderjaarbasis meer dan 500 privékilometers rijdt. Voor elk van de auto’s waarmee de werknemer per jaar aantoonbaar niet meer dan 500 km privé rijdt, kun je de bijtelling achterwege laten. Vaak is een sluitende rittenregistratie hiervoor het beste bewijsmiddel.

Rijdt de werknemer met geen enkele auto op kalenderjaarbasis meer dan 500 privékilometers rijdt, dan krijgt hij of zij ook geen bijtelling bij het loon geteld.

De belastingdienst heeft in het handboek loonheffingen vervolgens een praktische regeling getroffen voor deze situatie waarin er gelijktijdig meerdere auto’s voor privégebruik ter beschikking staan. Dat is goed om te weten. Want een redelijke toepassing van deze regels betekent volgens de belastingdienst dat de bijtelling bij meerdere ter beschikking gestelde auto’s beperkt kan blijven tot één auto als de werknemer alleenstaand is of als in zijn gezin maar één persoon een rijbewijs heeft. Dan moet je als werkgever alleen rekening met de bijtelling houden voor de auto met de hoogste cataloguswaarde.

Hebben in het gezin van de werknemer twee personen een rijbewijs, dan bereken je de bijtelling over twee auto’s. Ook dan gaat het om de twee auto’s met de hoogste cataloguswaarde.

De belastingdienst behoudt zich hierbij wel het recht voor dat je toch over meer dan deze ene of twee auto’s moet bijtellen. Maar dan moet de belastingdienst wel gemotiveerd kunnen onderbouwen waarom dat dan zo is. Daarbij houdt de belastingdienst overigens wel rekening met eventuele eigen auto’s van de werknemer die voor privégebruik net zo geschikt zijn als de door de zaak ter beschikking gestelde auto’s.

Lees verder

Tweede Kamer neemt Belastingplan 2019 aan

Bijtelling volledig elektrische auto’s

In het belastingplan zelf zat geen voorstel voor aanpassing van de bijtelling. De bijtelling van 4% voor volledig elektrische auto’s en waterstofauto’s blijft ook in 2019 doorlopen. Voor nieuwe volledig elektrische auto’s geldt het 4%-tarief van 2019 voor de eerste € 50.000 van de catalogusprijs. Voor het eventuele deel daarboven geldt het bijtellingspercentage van 22%. In de aanloop naar de stemming hadden diverse kamerfracties gevraagd naar de mogelijkheden van uitstel van deze aftopping, maar dat uitstel is er uiteindelijk niet gekomen. De aftopping geldt overigens niet voor waterstofauto’s.

Lagere netto bijtelling

Het verlagen van de tarieven van de loon- en inkomstenbelasting (in ruil voor verhoging van de btw-tarieven) betekent effectief een lagere netto bijtelling dan voorheen. Voor een auto van 30.000 euro en een bijtelling van 22% levert de stapsgewijze verlaging van 40,85% naar 37,05% inkomstenbelasting bij dat uiteindelijke tarief jaarlijks een netto besparing op van 250 euro.

Energie-investeringsaftrek

De energie-investeringsaftrek van 54,5% in 2018 daalt naar 45% in 2019. Deze aftrek geldt bijvoorbeeld voor een lichtgewicht bakwagenopbouw. De nieuwe energielijst met investeringen die in 2019 in aanmerking komen voor deze extra aftrek wordt in de laatste week van 2018 verwacht.

BPM en taxi’s

In de BPM verdwijnt vanaf 2020 de teruggaafregeling voor taxi’s. Dat treft ook het zogenaamde doelgroepenvervoer. Een amendement om de teruggaafmogelijk daarom te laten bestaan, is door de Tweede Kamer verworpen. Er is wel een motie aangenomen om te monitoren dat er voldoende en tijdig aanbod is van zeer zuinige en emissievrije voertuigen voor het zorg- en doelgroepenvervoer. Daarover spreekt de Tweede Kamer dan verder bij het Belastingplan voor het jaar 2020.

Motorrijtuigenbelasting

Voor de handhaving van de MRB mag de belastingdienst weer camerabeelden met nummerplaatherkenning gaan gebruiken. De Tweede Kamer heeft ook een motie aangenomen voor een strengere aanpak van gebruik van buitenlandse kentekens.

Lees verder

Auto van de zaak omzetten naar het privévermogen

Als de personenauto van de ondernemer of dga op de zaak staat, kan het zo zijn dat na verloop van de tijd de conclusie is dat de bijtelling voor privégebruik niet meer in een juiste verhouding staat tot de werkelijke autokosten. Helaas geldt pas bij 15 jaar een bijtelling op basis van de werkelijke waarde van de auto. Voor de ondernemer zelf geldt weliswaar een regeling waardoor de bijtelling niet meer kan zijn dan de werkelijke kosten, maar per saldo resteert er dan geen aftrek van autokosten meer in de zaak. In zo’n geval zou een privéauto met aftrek van de zakelijke kilometers voordeliger zijn. Voor deze ondernemers, met bijvoorbeeld een eenmanszaak of VOF, geldt echter dat zij de auto alleen naar privé mogen overbrengen als de auto voortaan minder dan 10% zakelijk gebruikt wordt. Een optie kan dan zijn om over te stappen op een andere auto en voor die auto een nieuwe keuze tussen privé- of zakelijk vermogen te maken.

Voor dga’s geldt de maximering van de bijtelling op de werkelijke kosten niet. Zij hebben echter wel de flexibiliteit dat de B.V. de auto aan henzelf in privé kan verkopen. Denk er dan wel aan dat de dga in privé geen btw-aftrek op zijn personenauto heeft, terwijl de B.V. dat meestal wel heeft. Desondanks kan het declareren van kilometers, zeker na de eerste gebruiksjaren met een hogere afschrijving, gunstiger zijn dan een bijtelling voor privégebruik.

Lees verder

Bovag en RAI: aanpassing BPM-tarieven noodzakelijk

Voor de bepaling van de CO2-uitstoot van een auto geldt vanaf 1 september 2018 een nieuwe methode: de WLTP. Met een omrekenfactor geldt de met de nieuwe methode vastgestelde CO2-uitstoot vervolgens ook voor de BPM, de aanschafbelasting op een nieuwe auto.

De bedoeling was dat de hoogte van de BPM door de invoering van de nieuwe meetmethode niet zo wijzigen. De vorige staatssecretaris van Financiën sprak over “budgetneutraliteit”.

Onlangs schreef staatssecretaris Snel aan de Tweede Kamer dat het op basis van door TNO geanalyseerde uitstootdata niet mogelijk is om te concluderen dat er door de nieuwe testmethode sprake is van een hogere CO2-uitstoot van WLTP-auto’s. TNO concludeerde ook dat WLTP-geteste auto’s andere eigenschappen hebben dan NEDC-geteste auto’s. Snel zag dan ook geen aanleiding om de BPM-tarieven per 2019 al aan te passen.
Bovag en RAI kwamen vandaag echter met eigen berekeningen. Met een grote lijst aan voorbeelden van auto’s die geen technische wijziging hebben ondergaan in verband met de nieuwe WLTP-testmethode, laten beide organisaties zien dat de BPM wel degelijk stijgt. Dit terwijl de vergeleken voertuigen identiek zijn qua gewicht, motorvermogen en technische specificaties. Bovag en RAI pleiten voor een aanpassing van de BPM-tarieftabel zodat er alsnog sprake is van een budgetneutrale invoering van de nieuwe meetmethode.

De Tweede Kamer spreekt maandag 5 november in commissieverband over het Belastingplan 2019, waarna later deze maand de plenaire behandeling plaatsvindt. Wij houden u van het vervolg op de hoogte.

Lees verder

Kabinet houdt vast aan afschaffing taxiregeling

Het kabinet erkent dat niet alleen het gewone taxivervoer door de per 2020 geplande afschaffing van de teruggaafregeling geraakt wordt, maar het ook het doelgroepenvervoer. Ingeschat wordt dat ongeveer 36% van alle taxi’s een taxibus is en dat 15% van alle taxi’s een rolstoeltaxi(bus) is. Ook voor hen gaat de kilometerkostprijs dan omhoog. Dat geldt ook voor vrijwilligersvervoerprojecten. Het kabinet wijst er echter op dat de kostenstijging van de toekomstige keuze afhangt, en verwacht daarom geen grote kostenstijgingen. Er zijn of komen namelijk zeer zuinige of emissievrije alternatieven. Tegelijkertijd erkent het kabinet dat het verlengen van de afschrijvingsduur of import van een gebruikte auto ook mogelijk is.

Wel geldt er bij deze maatregel een overgangsregeling, waarmee nog teruggaaf mogelijk is voor investeringen in 2019.

Diverse Tweede Kamerfracties vroegen ook naar de mogelijkheid van uitstel van de aftopping van de 4%-bijtelling voor elektrische auto’s op 50.000 euro. Deze regeling gaat in per 2019. Maar komt dat niet te vroeg, zo vroegen deze fracties. Het kabinet wil echter toch vasthouden aan invoering per 2019. Het belangrijkste argument daarvoor is het willen voorkomen van overstimulering.

Beide punten komen naar verwachting in de loop van november nog terug als de Tweede Kamer de plannen mondeling behandelt. Wij houden u op de hoogte.

Lees verder

Voorlopig geen aanpassing van de BPM-tabel

De tarief van BPM, de aanschafbelasting op de registratie van nieuwe auto’s, is bijna helemaal afhankelijk van de CO2-uitstoot. Vanaf 1 september 2018 geldt daarvoor de WLTP. Deze vervangt de verouderde NEDC-testmethode. Een uitzondering hierop zijn auto’s die nog op voorraad zijn en waarvan de CO2-uitstoot nog volgens de oude NEDC-testmethode is vastgesteld.

Voor de monitoring van de Europese fabrikantennorm voor de CO2-uitstoot krijgen alle WLTP-geteste auto’s in elk geval tot en met 2020 ook een CO2-uitstoot conform de NEDC. Deze zogenaamde NEDC 2.0-waarde kan worden berekend met een Europese rekenmodel. Dat is zo opgesteld dat het zou moeten leiden tot dezelfde CO2-uitstoot als wanneer de auto zou zijn getest met de NEDC.

Fiscaal is in Nederland vervolgens geregeld dat voor de berekening van de BPM op WLTP-geteste auto’s nog gebruik gemaakt wordt van de NEDC 2.0-waarde van deze WLTP-auto’s. Pas later wordt een op de WLTP-testresultaten gebaseerde BPM-tarieftabel ingevoerd. De huidige werkwijze zou daarbij budgetneutraal moeten zijn. Uit de markt kwamen de afgelopen tijd echter signalen dat de NEDC 2.0-waarden van WLTP-auto’s gemiddeld hoger is dan verwacht, zodat de BPM ook hoger is dan voorheen.

Het Ministerie van Financiën heeft TNO gevraagd dit te onderzoeken. TNO rapporteert op basis van de tot september beschikbare data van in Nederland geregistreerde WLTP-auto’s dat de NEDC 2.0 -uitstoot van WLTP-auto’s gemiddeld 9 g/km hoger is dan van in 2018 geregistreerde auto’s die alleen volgens de oude NEDC-testmethode zijn getest. TNO geeft tegelijkertijd aan dat deze WLTP-auto’s gemiddeld genomen zwaarder zijn en over meer motorvermogen beschikken dan hun ‘vergelijkbare’ NEDC-voorgangers. Als TNO corrigeert voor deze verschillen in voertuigkarakteristieken, bedraagt het CO2-verschil 1 g/km voor benzineauto’s en 5 g/km voor dieselauto’s.

De staatssecretaris schrijft aan de Tweede Kamer dat het op basis van de geanalyseerde uitstootdata niet mogelijk om te concluderen dat er door de nieuwe testmethode sprake is van een hogere NEDC 2.0-uitstoot van WLTP-auto’s. Volgens TNO is er een samenspel van meerdere factoren, waarin de nieuwe WLTP-testmethode slechts een beperkte – niet kwantificeerbare – rol speelt. Gezien het nog beperkte aantal WLTP-auto’s is het ook een momentopname. Het Kabinet ziet in het rapport van TNO dan ook geen aanleiding om de BPM-tarieven per 2019 al aan te passen.
Volgend voorjaar volgt er een nieuw rapport. Op basis daarvan wordt dan bekeken of het mogelijk is een nieuwe, op de WLTP gebaseerde, BPM-tabel in te voeren per 2020.

Lees verder