XLLeaseFiscaliteiten

Fiscaliteiten

Veel misverstanden rondom btw-heffing youngtimer

Bij youngtimers en oldtimers wordt vaak gedacht dat de btw-heffing voor het privégebruik het standaardpercentage van 2,7% bedraagt. Dat is echter een misverstand.

In principe kan een ondernemer de btw op de aanschaf en op de gebruikskosten van zijn zakelijke auto als ‘aftrek van voorbelasting’ terugvragen via zijn btw-aangifte. Als de auto niet alleen zakelijk, maar ook privé gebruikt wordt, moet er voor dat privédeel een correctie op die btw-aftrek plaatsvinden.

Dat kan met gebruik van een zogenaamd forfait. De btw-heffing voor het privégebruik wordt dan berekend als 2,7% van de catalogusprijs van de auto. Dat is echter de nieuwprijs, zodat dit voor youngtimers en oldtimers vaak te hoog uitvalt.

Het is echter ook mogelijk om de btw-heffing voor het privégebruik te berekenen op basis van de werkelijke kilometerverhoudingen. De werkelijk afgetrokken btw wordt dan in die verhouding gecorrigeerd. De btw op de aanschaf telt voor 1/5 mee in elk van de eerste 5 bezitsjaren van de auto.

Is de auto zónder btw gekocht (als margeauto of bij aankoop van een particulier), dan mag in plaats van het forfait van 2,7% een forfait van 1,5% gebruikt worden.

Is de auto wel met btw gekocht, dan geldt ten slot nog de regeling dat ná het 4e jaar na het jaar van de eigen aanschaf (dus níet het bouwjaar) het forfait ook wordt verlaagd tot 1,5%.

 

Lees verder

Vrijstelling BPM bij verhuizing: let op fiscale woonplaats

Als bij immigratie een auto naar Nederland wordt meegebracht, geldt daarvoor in principe een vrijstelling van BPM. Maar niet altijd betekent een immigratie ook een verandering van fiscale woonplaats.

Voor de zogenaamde verhuisboedelvrijstelling geldt als belangrijkse voorwaarden dat degene die het voertuig invoert ten minste 12 maanden in het buitenland heeft gewoond, de auto al minstens zes maanden in bezit heeft en na immigratie nog op zijn minst 12 maanden in bezit blijft houden.

Het komt echter nogal eens voor dat iemand wel 12 maanden in het buitenland is geweest, maar daar niet heeft gewoond in de fiscale betekenis van dat woord. De fiscale woonplaats is dan dus Nederland gebleven. Bij terugkeer naar Nederland geldt dan voor de meegebracht auto helaas géén vrijstelling.

Een voorbeeld uit de praktijk is bijvoorbeeld de situatie dat een werknemer door het bedrijf naar het buitenland is uitgezonden en daar verblijft in een door het bedrijf gehuurde woning, terwijl zijn gezin in Nederland blijft. Bij discussie met de belastingdienst zal zullen volgens de rechtspraak uiteindelijk de persoonlijke bindingen de doorslag geven voor de vraag in welk land zijn fiscale woonplaats gelegen is. Als de fiscale woonplaats in Nederland is gebleven, geldt voor de in te voeren auto helaas geen verhuisboedelvrijstelling. In soortgelijke gevallen is een goede fiscale beoordeling voorafgaand aan de terugkeer naar Nederland sterk aan te raden.

Lees verder

Stand van zaken spoedprocedures bijtelling 2017

Per 1 januari 2017 zijn de autobelastingen op een aantal punten gewijzigd. Eén van de veranderingen is een verlaging van het algemene bijtellingspercentage van 25% naar 22%. Auto’s met een Datum Eerste Tenaamstelling (DET) vóór 2017 blijven echter in de 25%-categorie vallen.

VZR vindt dit fiscale discriminatie en is daarom een procedure gestart. Uit het ledenbestand van VZR is een viertal VZR-leden gevraagd deel te nemen aan deze procedure. Doel van deze procedure is het krijgen van een oordeel van de belastingrechter over de vraag of dit verschil in bijtelling wel of niet een ongerechtvaardigde ongelijke behandeling van gelijke gevallen oplevert of op een andere manier in strijd is met de wet of de verdragen.
In de procedure worden zowel personen- als bestelauto’s en zowel iets oudere als nieuwere auto’s meegenomen.

Stand van zaken

Nadat de vier ingediende bezwaarschriften door de belastingdienst zijn afgewezen, is beroep ingesteld bij de Rechtbank in Den Haag. Aan de rechtbank is gevraagd om deze zaak alvast via zogenaamde prejudiciële vragen voor te leggen aan de Hoge Raad, de hoogste belastingrechter in Nederland.

In juni heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden op een zitting van de rechtbank in Den Haag. Helaas is het voor de rechtbank niet mogelijk gebleken om binnen de wettelijke termijn van 6 weken uitspraak te doen. De rechtbank heeft de beslistermijn met 6 weken verlengd, zodat deze nu begin september afloopt.
De rechtbank heeft ook het verzoek voor de prejudiciële vragen nog in beraad. Gaat de rechtbank niet op dit verzoek in, dan volgt direct een inhoudelijke uitspraak van de rechtbank. Naar verwachting zal ook dan echter één van beide partijen alsnog naar de Hoge Raad stappen.

Is zelf bezwaar maken nodig?

Het streven is dat er uiterlijk begin 2018 een rechterlijk oordeel over dit tariefsverschil komt. Andere berijders die zelf met een soortgelijke situatie te maken hebben, kunnen dan in hun belastingaangifte inkomstenbelasting over het jaar 2017 (die in het voorjaar van 2018 ingediend moet worden), de uitkomst van deze procedure verwerken.

 

Lees verder

Geen btw-aftrek op kilometervergoeding

Het Gerechtshof in Den Haag oordeelde onlangs in een fiscale procedure dat er geen recht bestond op btw-aftrek op kilometerkosten. Maar soms zijn er toch mogelijkheden voor btw-aftrek op de privéauto van de ondernemer.

Op kilometervergoedingen aan personeel kan geen btw-aftrek geclaimd worden. Ook niet op de 19 eurocent per kilometer die ondernemers met bijvoorbeeld een eenmanszaak zelf van hun winst mogen aftrekken als zij een privévervoersmiddel gebruiken.

Ondernemers die zelf als btw-ondernemer worden aangemerkt door de belastingdienst, hebben echter soms toch een aftrek voor de privéauto die zij zowel zakelijk als privé gebruiken. Het moet dan gaan om een auto die privé is aangeschaft en ook minimaal tien procent zakelijk wordt gebruikt. De auto mag dan voor de btw behandeld worden als ondernemingsvermogen. Dat betekent dat de btw aftrekbaar is, al geldt voor het privégebruik wel een correctie op die aftrek. De auto mag ook behandeld worden als btw-privévermogen. In dat geval kan de btw op het zakelijke deel van de gebruikskosten afgetrokken worden. 

Deze keuzemogelijkheden voor de btw staan los van de keuze die voor de inkomstenbelasting gemaakt wordt.

 

Lees verder

Bijtelling en vakantie

De vakantieperiode levert voor de rittenregistratie de vraag op wat nu precies een zakelijke rit is. Hoe zit dat bijvoorbeeld bij de combinatie van een vakantie en een zakelijke afspraak?

Uitgangspunt is dat het doel van de rit bepaalt of het een zakelijke of een privérit is. Maar soms kunnen in één rit zowel zakelijke als privékilometers gereden worden. Er moet dan eerst gekeken worden wat het hoofddoel van de rit is. 

Maar ook dat is niet altijd duidelijk. Als iemand bijvoorbeeld voor een vakantie naar Frankrijk rijdt en daar ook een zakelijke afspraak heeft, gaat de familie dan mee omdat er toch al een zakelijke afspraak was en er een vakantie aan verbonden wordt, of gaat men op vakantie en wordt er – omdat men er toch al in de buurt is – een zakelijke afspraak aan verbonden? In de rechtspraak wordt dat zo opgelost dat de kilometers van zo’n combinatierit alleen als zakelijke kilometers meetellen als zij door iemand die niet een baan heeft zoals als deze werknemer, maar die wat inkomen, vermogen en gezin betreft in vergelijkbare omstandigheden verkeert, niet zouden zijn gemaakt. Een combinatierit waarbij ook een vakantie aan de orde is, zal daardoor al heel snel als privérit worden aangemerkt. En daarmee wordt vrijwel altijd de 500-kilometergrens van het privégebruik overschreden. Het gevolg is dan een bijtelling over het hele jaar.

 

Lees verder

Bezwaren btw privégebruik nog tot 15 juli te motiveren

Na de uitspraken van de Hoge Raad van 21 april 2017 in de vier proefprocedures over de btw-heffing over het privégebruik van auto’s van de zaak, staat er nog één punt open. De motivering van de bezwaren op dit punt moet voor 15 juli 2017 ingediend zijn.

Slechts op één punt oordeelde de Hoge Raad in voordeel van de automobilist. De Hoge Raad oordeelde dat als het gebruik van het forfait van 2,7% of 1,5% ertoe heeft geleid dat de ondernemer meer btw heeft betaald dan over de aan het privégebruik toe te rekenen werkelijke uitgaven, de ondernemer voor dat deel recht heeft op een teruggaaf van btw. De ondernemer moet dan wel zelf gegevens verstrekken over de omvang van het privégebruik. Dat hoeft niet per se met een rittenregistratie, zoals de belastingdienst tot nu toe eiste.
De mate van privégebruik moet daarbij per auto inzichtelijk gemaakt worden.

Positief aan de uitspraken is bovendien dat deze naar de mening van AMD automotive fiscalisten gezien kan worden als een bevestiging van het standpunt dat de btw-heffing over het privégebruik nooit meer kan zijn dan de daadwerkelijk aan dat jaar toe te rekenen btw-heffing.

Het aanleveren van de onderbouwing van het bezwaar en een berekening kan tot 15 juli 2017 met een formulier dat op de website van de belastingdienst staat. Diverse organisaties van belastingadviseurs en accountants hebben op een langere termijn aangedrongen. Helaas echter vergeefs, zodat de termijn al binnenkort gaat verlopen.

 

Lees verder

Geen dubbele bijtelling bij tijdelijke vervangende leaseauto

De Brancheregeling Tijdelijk Vervangend Leasevoertuig kan goede diensten bewijzen om dubbele bijtelling te voorkomen als tijdelijk een andere leaseauto wordt ingezet. Met de zomer in aantocht kan dat nuttige informatie zijn.

Deze brancheregeling is ontstaan op initiatief van de Vereniging van Nederlandse Autoleasemaatschappijen en voorziet in praktische werkafspraken met de belastingdienst voor situaties waarin tijdelijk een vervangend leasevoertuig wordt ingezet. Voorwaarde om de bijtelling op de reguliere auto tijdelijk stop te zetten bij inzet van een vervangende auto, is dat dit niet-ter-beschikkingstaan per tijdelijke vervanging schriftelijk wordt vastgelegd tussen werkgever en werknemer. De werknemer dient de auto, de papieren en de sleutel bij de werkgever of de leasemaatschappij in te leveren. De schriftelijke vastlegging moet alle gegevens bevatten waarmee de bijtelling van het vervangende voertuig kan worden berekend, de exacte periode van vervanging en ook het kenteken van de vervangen auto. Deze vastlegging moet bij de loonadministratie worden bewaard. 

Als wordt voldaan aan de administratieve vereisten, kan deze regeling een goede oplossing bieden om tijdelijk, bijvoorbeeld in de vakantieperiode, een andere auto in te zetten. Te denken valt aan de inzet van aan dieselauto voor langere ritten als de hoofdauto een volledig elektrische auto is.
De volledige tekst van de brancheregeling is te vinden op de website van de belastingdienst.

 

Lees verder

Opletten met gebruik buitenlands kenteken

Bij gebruik van een auto met een buitenlandse kentekenregistratie door een inwoner van Nederland kunnen er zomaar onverwachte naheffingen en boetes ontstaan.

Dat blijkt opnieuw uit een recente zaak in hoger beroep. Het ging daarbij om een medewerker van een autobedrijf die staande was gehouden in een auto met een Pools kenteken. Hij verklaarde hierover later dat hij de dag ervoor een reparatie aan een auto van een klant had uitgevoerd en dat hij, om te controleren of alles nu goed was, een rondje om de garage reed voor het testen van de auto. Hij gaf aan dat de auto niet zijn eigendom was en dat de auto hem alleen ‘ter beschikking’ stond.

Hij kreeg echter wel een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting van 819 euro, vermeerderd met een boete van 100%. In beroep werd gezien zijn persoonlijke situatie de boete al wel verminderd, maar de naheffing bleef in stand.

Helaas voor hem kon hij bij de rechtbank onvoldoende aantonen dat hij de auto niet ter beschikking had. Voor de rit die hij zelf als testrit bestempelde, voerde hij ook geen groene platen van een handelaarskenteken.
Ook in hoger beroep bleef de naheffing staan. Het gaat volgens het Gerechtshof om de feitelijke beschikkingsmacht, en de bestuurder had zelf al aangegeven dat de auto hem ter beschikking stond. 

Het blijft dus opletten met zo’n buitenlandse auto. Hoewel er een tegenbewijsregeling tegen open staat, bedraagt – nog los van eventuele BPM-heffing - de naheffing bij constatering van weggebruik in principe zelfs de motorrijtuigenbelasting over een heel jaar.

 

Lees verder

Hoge Raad: Vaste bijtellingspercentages gelden ook bij lage autokosten

De Hoge Raad heeft in een arrest van 2 juni 2017 geoordeeld dat het ontbreken van een tegenbewijsregeling tegen de hoogte van de forfaitaire bijtellingspercentages toegestaan is.

Het ging in deze zaak om een thuiszorgorganisatie. Zij gebruikte in de jaren waar de naheffingsaanslagen voor de bijtelling over gingen steeds ongeveer negen auto’s, die vooral gebruikt worden voor het bezoeken van patiënten thuis. De auto’s worden afwisselend door verschillende werknemers gebruikt. Voor geen van de auto’s is een kilometeradministratie bijgehouden.

Bij de Hoge Raad ging het vooral over de verhouding tussen de totale autokosten en de naheffing van de bijtelling. De betreffende auto’s waren als gebruikte auto’s gekocht tegen zeer lage aanschafprijzen. De totale autokosten van de werkgever waren daarom in verhouding erg laag. De bijtelling ging van de meeste auto’s (niet ouder dan 15 jaar) echter over de nieuwprijs.

Bij de Hoge Raad werd daarom aangevoerd dat het ontbreken van een tegenbewijsregeling met zich brengt dat belanghebbende zich niet tegen de hoogte van het zogenoemde autokostenforfait van artikel 13bis Wet LB kan verweren, wat leidt tot een “onaanvaardbare individuele last”, die strijdig is met het Eerste Protocol bij het EVRM. 
De Hoge Raad oordeelde echter dat de wetgever “om redenen van eenvoud, doelmatigheid en praktische uitvoerbaarheid ervoor gekozen het belastbare voordeel van een ook voor privédoeleinden ter beschikking gestelde auto op forfaitaire wijze te bepalen, waarbij ter vermijding van conflicten, administratieve lasten en met het oog op de gewenste eenvoud is afgezien van een uitgebreide tegenbewijsregeling” Volgens de Hoge Raad is deze keuze van de wetgever “niet van elke redelijke grond ontbloot. Gelet op de ruime beoordelingsmarge die de wetgever op het terrein van het belastingrecht toekomt” is dat daarom toegestaan.

 

Lees verder

Uitspraak collectief bezwaar privégebruik auto

Zoals wij onlangs berichtten, heeft de hoogste belastingrechter, de Hoge Raad, op 21 april 2017 uitspraak gedaan in de vier proefprocedures over de btw-heffing over het privégebruik van auto’s van de zaak. Via een collectieve uitspraak op bezwaar wikkelt de belastingdienst nu alle lopende bezwaren af. De uitspraak op bezwaar houdt het volgende in.

Slechts op één punt oordeelde de Hoge Raad in voordeel van de betreffende ondernemers. Alleen op dat punt worden de bezwaren gegrond verklaard. De Hoge Raad oordeelde namelijk dat als het gebruik van het forfait van 2,7% of 1,5% ertoe heeft geleid dat de ondernemer meer btw heeft betaald dan over de aan het privégebruik toe te rekenen werkelijke uitgaven, de ondernemer voor dat deel recht heeft op een teruggaaf van btw. De ondernemer moet dan wel zelf gegevens verstrekken over de omvang van het privégebruik. Dat hoeft niet per se met een rittenregistratie, zoals de belastingdienst tot nu toe eiste.

Een ondernemer die dit tegenbewijs met deze andere gegevens wil leveren, wordt nu in de gelegenheid gesteld zijn bezwaar verder aan te vullen. Het bewijs kan bijvoorbeeld geleverd worden met gegevens over de aard van de onderneming, de zakelijke doeleinden waarvoor de auto gebruikt is, de werkzaamheden binnen de onderneming van degene die de auto gebruikt, gegevens over het privégebruik of statistische gegevens. De mate van privégebruik moet dan per auto inzichtelijk gemaakt worden. Het aanleveren van dit bewijs en een berekening kan tot 15 juli 2017 met een formulier dat op de website van de belastingdienst staat. 

Lees verder