XLLeaseFiscaliteiten

Fiscaliteiten

Privégebruik auto buitenlandse werknemer in dat andere land belast?

Gebruikt een medewerker een auto van de zaak ook voor privéritten, dan heeft dat voor de btw gevolgen. Over hoe dat grensoverschrijdend werkt, loopt een zaak bij het Hof van Justitie van de EU.

In Nederland is het zo geregeld dat alle btw op de autokosten eerst aftrekbaar is als je als bedrijf zelf ook volledig btw-belaste activiteiten hebt. Het privégebruik door de medewerker wordt vervolgens gezien als een btw-belaste dienst.

Als je de exacte omvang van het privégebruik weet, kan de btw-heffing daarop gebaseerd worden. Het woon-werkverkeer telt voor de btw dan overigens mee als privégebruik. Vaak is die exacte omvang echter niet bekend en kan er gebruik gemaakt worden van een forfait. Uitgangspunt daarbij is dan een jaarlijkse btw-afdracht voor het privégebruik van 2,7% van de catalogusprijs van de auto.

De vervolgvraag die nu bij de Europese belastingrechter ligt, is de vraag in welk land dat privégebruik dan belast wordt. Die zaak gaat over het Luxemburgse bedrijf QM die auto’s ter beschikking stelde aan medewerkers die in Duitsland wonen. In deze zaak concludeerde de Advocaat-Generaal recent dat er sprake is van een btw-belaste dienst als er -kort samengevat- een tegenprestatie van de medewerker is, en dat deze dienst belast is in het woonland van de werknemer. De Advocaat-Generaal acht in dat geval de btw-regels voor niet-kortdurende verhuur van vervoermiddelen van toepassing als het gebruik langer dan 30 dagen duurt. Als het Hof van Justitie EU deze conclusie overneemt, is dit een ontwikkeling waar ondernemers met buitenlandse medewerkers de nodige aandacht aan zullen moeten besteden. Wij houden u op de hoogte!

Lees verder

Staatssecretaris: Ook na wetswijziging geen btw over bpm

In het Belastingplan 2021 is een wijziging opgenomen voor de bpm, de registratiebelasting op nieuwe auto’s. Nu wordt de bpm nog geheven bij de kentekenregistratie, dat wil zeggen: inschrijving én tenaamstelling van het kenteken, maar het voorstel is om dat te vervangen door alleen de inschrijving. De vraag was of de bpm hierdoor wel vrij van btw blijft.

In antwoord op vragen vanuit de Tweede Kamer heeft staatssecretaris Vijlbrief van Financiën laten weten dat de aanpassing van het belastbaar feit in de bpm geen gevolgen heeft voor de behandeling van de btw. Voor nieuwe motorrijtuigen die worden ingeschreven in het kentekenregister is en blijft de regel gelden dat geen btw wordt geheven over de bpm als de inschrijving plaatsvindt op naam en voor rekening van de koper. De staatssecretaris laat weten dat hij nog met de autobranche in gesprek is om te kijken of hij het wetsvoorstel kan verduidelijken zodat alle eventuele onduidelijkheid op dit punt wordt weggenomen.

De achtergrond van de wetswijziging in de bpm is de wens om te komen tot een eerlijker speelveld tussen de binnenlandse handel en de importhandel in gebruikte voertuigen, een afname van het aantal bpm-bezwaarschriften, de mogelijkheid voor de inspecteur om beter toezicht op parallelimport uit te oefenen en een vermindering van de complexiteit van de heffing van de bpm.

Als de Tweede en de Eerste Kamer het wetsvoorstel Belastingplan 2021 aannemen, gaat dit onderdeel voor de bpm overigens nog niet direct in. Er moeten nog praktische zaken uitgewerkt worden, zodat de wijziging op zijn vroegst ingaat per 1 juli 2021.

Lees verder

Subsidieregeling voor elektrische auto’s is erg succesvol

Staatssecretaris Van Veldhoven van Infrastructuur en Waterstaat antwoordt de Tweede Kamer op vragen over het grote succes van de subsidieregeling voor volledig elektrische personenauto’s.

Deze SEPP-regeling is zelfs zo succesvol dat het budget voor 2020 is uitgeput. Dat budget was goed voor zo’n 2.500 EV’s. De reden van de snelle uitputting dit jaar was dat een aantal automerken de subsidie zelf verhoogden. Door de aankondiging van de regeling zullen particulieren dit voorjaar bovendien hun aanschaf uitgesteld hebben. Het nieuws over het bijna bereiken van het subsidieplafond zorgde ook voor een extra stimulans.

De Tweede Kamer vroeg ook naar de klimaatwinst. De staatssecretaris verwijst voor de CO2-reductie naar een recent rapport waarin de gehele levensduur van de EV wordt bekeken: Bij een conservatieve aanname van een minimale levensduur van 10 jaar en gemiddeld 14.000 km/jaar voor een particulier gereden EV is de klimaatwinst voor 2.500 EV’s samen 55.000 ton CO2-besparing over 10 jaar. Dit is een substantiële klimaatwinst. Inmiddels ligt er ook een studie van de TU Eindhovenwaaruit blijkt dat een batterij van een volledig elektrische auto minimaal 250.000 km meegaat, dat zou betekenen dat de klimaatwinst per auto een stuk hoger uitkomt. De stikstofwinst per particuliere EV is beperkter. Dit omdat de meeste particulieren voor hun overstap reeds een benzineauto reden en die stoot relatief weinig stikstof uit, in tegenstelling tot oudere diesels.

Nieuwe SEPP-aanvragen schuiven op dit moment nog door naar 2021. Op 1 oktober was al 58% van het 2021-subsidiebudget voor nieuwe EV’s bereikt (2.075 aanvragen). Het plan is daarom om deze doorschuifbepaling in de regeling (voor nieuwe én gebruikte EV’s) op korte termijn stop te zetten. Het kabinet wil dat particulieren elk jaar daadwerkelijk de kans hebben om in aanmerking te komen voor subsidie.

Voor gebruikte elektrische personenauto’s is op dit moment de verwachting dat het budget 2020 vrijwel volledig wordt benut. Rond 1 oktober 2020 bedroeg de resterende ruimte nog zo’n 1.600 aanvragen.

Lees verder

Nieuw: Baangerelateerde investeringskorting in Belastingplan 2021

Het Kabinet voegt aan de belastingmaatregelen voor het jaar 2021 een nieuw voorstel toe: de Baangerelateerde Investeringskorting (BIK). Die regeling moet bedrijven helpen tijdens de huidige economische crisis te blijven investeren. Met deze regeling kunnen bedrijven 3% of 2,44% van hun investeringen aftrekken van de afdracht van loonheffing.

De regeling sluit voor de vraag wat er onder deze nieuwe BIK valt, grotendeels aan bij de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Dat betekent dat personenauto’s er alleen onder vallen als ze voor beroepsvervoer worden gebruikt: in principe zijn dat dan taxi’s of koeriersdiensten. Bestelauto’s vallen wel volledig onder de BIK. Althans, als de ondernemer zelf investeert: het gaat bij de BIK om koop of financial lease van nieuwe, niet eerder gebruikte bedrijfsmiddelen.

De beoordeling van toepassing van de BIK ligt bij RVO. Werkgevers kunnen bij RVO een BIK-verklaring aanvragen voor investeringen waarvoor de beslissing is genomen op of na 1 oktober 2020 en die in 2021 of 2022 volledig worden betaald en binnen zes maanden na die betaling in gebruik zijn genomen. Dat loket gaat overigens pas op 1 september 2021 open. Met de BIK-verklaring kan het bedrag van de BIK dan van de afdracht van loonheffing worden afgetrokken. De BIK bedraagt 3% bij een investeringstotaal tot 5 miljoen euro per jaar en daarboven 2,44%.

Pas je als ondernemer op de investering ook kleinschaligheidsinvesteringsaftrek, energie-investeringsaftrek (EIA) of milieu-investeringsaftrek (MIA) toe, dan kan dat gewoon naast de BIK. Het minimale investeringsbedrag per bedrijfsmiddel is € 1.500 en per BIK-melding bij RVO € 20.000.

Het kabinet stelt voor de BIK € 2 miljard per jaar ter beschikking. De regeling is tijdelijk, voor de duur van de economische crisis. Als de economische crisis voorbij is, is de maatregel in deze vorm niet langer nodig. De regeling geldt daarom niet voor investeringen die na 31 december 2022 worden gedaan. Vanaf 1 januari 2023 zal de budgettaire ruimte worden gebruikt voor een nader te bepalen maatregel met hetzelfde doelbereik: het verlagen van werkgeverskosten.

Lees verder

Voorkom naheffing en boete voor de bijtelling privégebruik

De tegenbewijsregeling voor de bijtelling voor privégebruik van de auto van de zaak vraagt de nodige zorgvuldigheid. Met die zorgvuldigheid kun je je als werkgever wapenen tegen naheffing en boetes.

In een recente zaak bij Gerechtshof Den Haag ging het om een werkgever die aan diverse medewerkers een auto van de zaak ter beschikking had gesteld, maar voor een aantal auto’s geen bijtelling had aangegeven. Van twee auto’s ontbrak elke vorm van rittenregistratie en voor een andere auto voldeed de rittenregistratie niet aan de eisen. Zo ontbrak per rit onder meer de datum, de begin- en eindstand van de kilometerteller, het begin- en eindadres en de vermelding van het karakter van de rit. Ook was niet op een andere manier aangetoond dat elk van de aan haar werknemers ter beschikking gestelde auto’s op jaarbasis voor niet meer dan 500 kilometer privé is gebruikt. Bij de rechter bleef de naheffing dan ook in stand. Die naheffing werd bovendien aan de werkgever zelf opgelegd. De werkgever beschikte hier blijkbaar ook niet over een Verklaring Geen Privégebruik.

De werkgever kreeg bovendien een vergrijpboete van 25% van het naheffingsbedrag. Heb je als werkgever van de afzonderlijke werknemers geen Verklaring Geen Privégebruik, dan moet je als werkgever zelf het tegenbewijs op orde hebben. In principe is dat dus een sluitende rittenregistratie. Juist omdat er van één van de auto’s wel een soort rittenregistratie was, oordeelde de rechter dat deze werkgever wel met de wettelijke regels op de hoogte was. Hij handelde daarom “dermate lichtvaardig” dat er sprake is van zogenaamde ‘grove schuld’. Dat het bedrijf de loonadministratie en haar aangiften loonheffingen door haar voormalige adviseur heeft laten verzorgen, doet daar niet aan af. Dit verwijt van onzorgvuldig handelen trof volgens de rechter de werkgever zelf: Die diende immers zelf een rittenregistratie bij te houden.

Dergelijke discussies, naheffingen en boetes voor de werkgever zijn in verreweg de meeste gevallen te voorkomen met een zorgvuldige inrichting van de autoregeling en loonadministratie, in combinatie met een Verklaring Geen Privégebruik of Verklaring Uitsluitend Zakelijk Gebruik Bestelauto.

Lees verder

Staatssecretaris: transitie naar elektrisch rijden heeft grote klimaatvoordelen

Eerder dit jaar verscheen er een kritisch rapport van de Rekenkamer over de autobelastingen. Vooral over de regelingen voor elektrisch rijden stelden Tweede Kamerleden diverse vragen. De staatssecretaris weerlegde die vragen deze week.

Staatssecretaris Vijlbrief is het er dan ook niet mee eens dat het fiscaal stimuleren van elektrische auto’s ondoelmatig en enorm duur is: “In het Klimaatakkoord heeft het kabinet de ambitie opgenomen dat in 2030 alle nieuw verkochte personenauto’s emissievrij zijn. In het Klimaatakkoord is daarom voor de periode 2020-2025 een nieuw stimuleringspakket voor emissievrije auto’s afgesproken, waarmee de transitie naar emissievrij rijden wordt versneld. Deze transitie leidt primair tot een lagere CO-uitstoot, maar bijvoorbeeld ook tot gezondere lucht, minder geluidsoverlast en verminderde afhankelijkheid van fossiele brandstoffen.

Tegenover het Rekenkamerrapport zet hij ook diverse andere argumenten. Zo heeft de Algemene Rekenkamer gerekend met een gebruiksduur van 5 jaar. Een personenauto heeft in Nederland echter een gemiddelde levensduur van 18 jaar. Een elektrische auto zal dus naar verwachting over een veel langere periode dan 5 jaar zorgen voor een CO-besparing. De staatssecretaris stelt dat de transitie naar elektrisch rijden op termijn grote voordelen heeft voor het klimaat. Met die voordelen heeft de Rekenkamer in haar analyse geen rekening gehouden.

De staatssecretaris wijst er ook op dat de stimulering van emissievrije personenauto’s richting 2025 afgebouwd wordt, om gelijke tred te houden met de marktontwikkelingen en de dalende kosten van emissievrije auto’s. Ook worden de regelingen toegespitst op middelgrote en kleine emissievrije auto’s. Hiermee wordt overstimulering tegengegaan. Ook wijst hij op de in de weg opgenomen ‘hand aan de kraan’-systematiek waarmee de fiscale regelingen aangepast kunnen worden aan de ontwikkelingen in de inzet van nieuwe auto’s. Daarmee wordt het stimuleringsbeleid begrensd tot het afgesproken niveau in het Klimaatakkoord. Dat niveau is nodig om zicht te houden op de doelstelling van 100% nieuwverkopen van emissievrije auto’s in 2030.

Lees verder

Prinsjesdag 2020: de plannen voor de automobilist

Op Prinsjesdag presenteerde het Kabinet traditiegetrouw de begrotingen en fiscale wetsvoorstellen voor 2021. Hieronder vatten we voor jou als automobilist de belangrijkste belastingmaatregelen voor 2021 samen.

De bijtelling voor volledig elektrische auto’s gaat per 2021 omhoog voor auto’s met een Datum Eerste Toelating (DET) vanaf 2021. De bijtelling gaat voor deze auto’s naar 12% van de catalogusprijs voor zover die niet meer is dan € 40.000. Is de catalogusprijs wel meer dan € 40.000, dan geldt over de eerste € 40.000 een bijtelling van 12% en daarboven 22%. Heeft jouw auto een DET in 2020, dan heb je tot een catalogusprijs van € 45.000 een bijtelling van 8%. Zo’n lage bijtelling geldt voor een periode van 60 maanden vanaf de Datum Eerste Toelating van je auto.

Kies je voor een waterstofauto, dan geldt de lage bijtelling voor de hele catalogusprijs, dus zonder aftopping op € 40.000. Per 2021 wordt aan die uitzonderingscategorie ook de zonneauto toegevoegd. Ook dan geldt de lage bijtelling over de hele catalogusprijs. Voorwaarde is wel dat de auto geïntegreerde zonnepanelen heeft van minimaal 1 kilowattpiek en dat de auto een loodvrij accupakket heeft.

Voor volledig elektrische auto’s blijft in 2021 de BPM-vrijstelling bestaan. Voor de BPM wordt een nieuwe tabel voorgesteld voor de heffing van deze CO2-afhankelijke aanschafbelasting, deze wordt aangepast naar de huidige stand van de techniek en de voortgaande vergroening van het autoaanbod. Ook de dieseltoeslag wordt aangescherpt. Daarnaast vindt er op een later tijdstip, vermoedelijk 1 juli 2021, een technische aanpassing plaats voor het moment waarop de BPM moet worden voldaan door de importeur: dat is voortaan het moment van inschrijving in het kentekenregister. Er wordt dan niet meer gekeken naar het moment van tenaamstelling.

In de motorrijtuigenbelasting geldt in 2021 het nihiltarief voor volledig elektrische auto’s en waterstofauto’s. Op een plug-in hybride auto met een maximale CO2-uitstoot van 50 gram/km geldt een half MRB-tarief.

Voor het opladen van elektrische- en plug-in hybride auto’s bij openbare laadpalen wordt het verlaagde tarief van de energiebelasting verlengd tot en met 2022. Dat draagt bij aan de businesscase van zo’n laadpaal en daarmee aan een landelijk dekkend netwerk van laadpalen.

De Tweede Kamer behandelt de fiscale wetsvoorstellen dit najaar. Pas in december volgt de stemming in de Eerste Kamer. Een aantal van bovenstaande wijzigingen per 2021 worden niet meer besproken omdat die al in eerdere wetsvoorstellen zaten en per 2021 ingaan. We houden je vanzelfsprekend op de hoogte als er tussentijds nog wijzigingen optreden.

Lees verder

Binnenkort een nieuwe auto? Let op je bijtelling

Krijg je binnenkort een nieuwe auto van de zaak? Let dan goed op de gevolgen voor de bijtelling. Vooral als je van plan bent over te stappen van een rittenregistratie naar bijtelling. Of andersom: van de auto wél privé gebruiken naar níet privé gebruiken.

Als je het hele jaar een auto van de zaak hebt, is het belangrijk om je te realiseren dat de bijtelling ook uitgaat van een heel kalenderjaar. Op de auto’s die je achtereenvolgens ter beschikking gesteld hebt gekregen, krijg je dan een bijtelling voor de duur van het gebruik van de auto’s. Daarbij geldt dan de werkelijke catalogusprijs en het bijtellingstarief van die verschillende auto’s.

Rij je bijvoorbeeld in de maanden januari tot en met september een auto van € 40.000 met een bijtellingspercentage van 22% en vanaf oktober tot en met december een auto van € 45.000 met een bijtelling van 4%, dan is je bruto bijtelling 9/12 van € 40.000 keer 22% plus 3/12 keer € 45.000 keer 4%.

Lastiger wordt het als je zou willen overstappen naar een rittenregistratie of als je daar in de loop van een jaar mee wilt stoppen. Dat kan alleen als je bij de overstap van auto ook een nieuwe werkgever (“inhoudingsplichtige” in het jargon van de loonbelasting) krijgt. Is dat niet het geval, bedenk dan dat je voor de tegenbewijsregeling van de bijtelling moet aantonen dat je de (achtereenvolgende) auto(‘s) op jaarbasis voor niet meer dan 500 km privé hebt gereden. Als je je vorige of je nieuwe auto privé rijdt, zal een rittenregistratie voor de andere auto niet helpen. Het tegenbewijs geldt namelijk over het hele jaar. Met ingang van het nieuwe jaar kun je dan weer de keus maken om voor dat nieuwe jaar wel of niet privé te gaan rijden en al dan niet een rittenregistratie bij te houden.

Lees verder

Optimaliseer je investeringsaftrek door een goede timing

Als ondernemer kijk je alweer vooruit naar een nieuw jaar. Voor je begroting inventariseer je welke investeringen je gaat doen. Dat is een goed moment om ook naar je investeringsaftrek te kijken.
Met een goede timing kun je soms een mooie extra aftrek realiseren.

De kleinschaligheidsinvesteringsaftrek geldt als je als ondernemer investeert via koop of financial lease, in bijvoorbeeld een bestelauto. Voor personenauto’s geldt deze aftrek alleen als je de auto inzet voor beroepsvervoer, bijvoorbeeld als taxi.

Het percentage kleinschaligheidsinvesteringsaftrek is afhankelijk van je totale investeringsbedrag in een bepaald jaar. Als je verwacht dat je volgend jaar veel zult investeren, kan het nuttig zijn de order voor een deel van de investeringen dit jaar alvast te tekenen. Hierdoor kunnen de aftrekpercentages van de investeringsaftrek optimaal benut worden. Het tekenen van de order bepaalt namelijk de hoogte van de investeringsaftrek. Wordt de auto volgend jaar geleverd en in gebruik genomen, dan trek je die aftrekpost volgens het 2020-bedrag af in je aangifte over 2021. Aftrek in 2020 is daarbij mogelijk voor zover je hebt aanbetaald.

Voor elektrische personen- en bestelauto’s is het bovendien belangrijk dat we op dit moment nog niet weten hoe de Milieulijst 2021 eruit zal zien, terwijl er in 2020 wel milieu-investeringsaftrek mogelijk is. Voor elektrische bestelauto’s bedraagt deze 36% over maximaal 75.000 euro. Voor elektrische personenauto’s is dat 13,5% over maximaal 40.000 euro.

Lees verder

De bijtelling voor je elektrische auto

Rij je een elektrische auto van de zaak, dan krijg je voor privégebruik een fiscale bijtelling op je loon. Over die bijtelling wordt dan loonbelasting ingehouden. De bijtelling is een vast percentage van de catalogusprijs. Voor benzine- en dieselauto’s en plug-in hybrides geldt een bijtelling van 22%, maar voor volledig elektrische auto’s geldt daarop in 2020 een korting van 14 procentpunten voor het deel van de catalogusprijs tot € 45.000. Voor dat gedeelte bedraagt de bijtelling dan slechts 8%.

Voor waterstofauto’s geldt datzelfde percentage, maar dan zonder maximering qua catalogusprijs. Dat zal volgens plan vanaf 2021 ook gaan gelden voor zonnecelauto’s met voldoende oplaadvermogen.

Per 2021 gaat de bijtelling naar 12% over de eerste € 40.000. In 2022, 2023 en 2024 wordt het percentage 16% en in 2025 17%. De aftopping van de bijtellingskorting blijft in die jaren op een catalogusprijs van € 40.000 staan. Er geldt overigens wel een halfjaarlijkse evaluatie, waarmee deze percentages en aftopping nog aangepast kunnen worden voor nieuwe gevallen.

Gunstig is dat er een goede overgangsregeling is waarmee het bijtellingspercentage van de Datum Eerste Toelating (makkelijk gezegd: de datum van je kentekenbewijs) steeds voor 60 maanden geldt. Krijg je in 2020 een nieuwe elektrische auto ter beschikking gesteld, dan geldt jouw 8%-bijtelling voor de duur van 5 jaar. Na die 5 jaar geldt steeds per jaar de dán geldende bijtelling.

Krijg je bij je EV ook een laadpaal bij je huis of vergoedt je werkgever de kosten daarvan, dan ziet de belastingdienst dat als onderdeel van het ter beschikking stellen van de auto. De bijtelling wordt hier dus niet hoger door.

Tip: Stap je in de loop van het jaar over van een auto waarvoor je een rittenregistratie hebt naar een bijtellingsvriendelijke elektrische auto, bedenk dan dat belastingdienst je rittenregistratie en de 500 km-grens per jaar bekijkt. Stop je in de loop van het jaar met je rittenregistratie, dan krijg je alsnog een bijtelling over het hele jaar. Het kan dan slim zijn om de elektrische auto pas met ingang van het nieuwe jaar privé te gaan gebruiken. Je krijgt dan in 2021 alsnog wel de bijtelling zoals die in 2020 geldt.

Lees verder

Let op doorschuifregeling BPM bij wijziging in rechtsvorm

Als je ondernemer bent voor de btw, krijg je voor de bestelauto die je minimaal 10% zakelijk gebruikt een vrijstelling van de BPM. De vrijstelling vraagt echter aandacht zodra je iets wijzigt aan je rechtsvorm.

Ruil je je bestelauto binnen 5 jaar in of verkoop je deze, dan vervalt de vrijstelling. In principe moet je dan de resterende BPM alsnog aan de belastingdienst voldoen. Maar als de nieuwe eigenaar ook een ondernemer is, kan de vrijstelling met de zogenaamde doorschuifregeling overgaan op de nieuwe eigenaar. De koper neemt dan voor de BPM op deze auto de plaats in van de verkoper en moet binnen het nog resterende deel van de termijn van 5 jaar blijven voldoen aan de voorwaarden voor de vrijstelling: namelijk dat hij een btw-ondernemer is en de bestelauto voor minimaal 10% zakelijk gebruikt binnen zijn onderneming.

Om de doorschuifregeling te kunnen toepassen moet in de administratie van de verkopende ondernemer een verklaring van beide partijen zijn opgenomen waarin zij verklaren dat de koper voor de BPM op de betreffende bestelauto in de plaats is getreden van de verkoper. Je kunt hiervoor het formulier gebruiken dat je kunt downloaden van de website belastingdienst.nl.

Verkoop je je auto niet, maar wijzigt de rechtsvorm van je onderneming, ook dan is zo’n doorschuifverklaring nodig. Bijvoorbeeld als je als eenmanszaak met een compagnon een vennootschap onder firma aangaat en je bestelauto inbrengt. Maar ook als je je eenmanszaak of vof-aandeel inbrengt in een B.V. of als je je B.V. omzet in een eenmanszaak. Hoewel je feitelijk je onderneming voortzet, zorgt de wijziging van de tenaamstelling van het kenteken ervoor dat je voor de BPM te maken krijgt met deze regeling. Wijziging van de tenaamstelling op de dag van de wijziging van je rechtsvorm, samen met een ondertekende doorschuifverklaring, kan dan veel discussies voorkomen.

Lees verder

Door berijder zelf betaalde kosten niet aftrekbaar van de bijtelling

Betaal je als berijder van een auto van de zaak zelf kosten voor je auto aan een derde, bijvoorbeeld brandstofkosten tijdens buitenlandvakanties, dan kun je die niet aftrekken van je bijtelling voor privégebruik. Ook niet als je zelf meer kosten maakt dan je aan bijtelling hebt.

Zo is er bijvoorbeeld jurisprudentie over een berijder die drie maanden een auto van zijn werkgever ter beschikking had. Daarvoor betaalde hij elke maand een eigen bijdrage voor privégebruik van 50 euro. Die eigen bijdrage voor privégebruik was aftrekbaar voor de bijtelling. Tot zover alles in orde. Maar daarnaast moest hij zelf de brandstof van de auto betalen. Dat kostte hem meer dan de maandelijkse bruto bijtelling. Na vergeefs bezwaar bij de belastingdienst kwam deze zaak bij de rechter. Daar bepleitte deze berijder dat die brandstofkosten tot maximaal het bruto bijtellingsbedrag in aftrek zouden moeten komen op zijn bijtelling. De rechter oordeelde echter dat dit niet mogelijk is: De wet staat aftrek van kosten die aan derden betaald zijn niet toe.

De tip voor de praktijk is dat zulke kosten beter ondergebracht kunnen worden in een (hogere) eigen bijdrage voor privégebruik. Als de berijder de kosten eerst zelf aan een derde heeft betaald, zou de werkgever ze eerst kunnen vergoeden en daarna als eigen bijdrage voor privégebruik op het loon inhouden. De werknemer heeft dan het voordeel van de fiscale aftrek op de bijtelling.

Lees verder

Mogelijkheid van thuiswerken sluit btw-correctie privégebruik auto niet uit

Het aanbieden van faciliteiten voor thuiswerken zorgt er niet voor dat het woon-werkverkeer volledig zakelijk is voor de btw. Dat is de conclusie van een recente uitspraak van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Het ging hier om een accountantskantoor dat aan medewerkers een auto van de zaak ter beschikking stelde. De betreffende medewerkers waren niet verplicht op kantoor te werken. De werkgever stelde apparatuur en faciliteiten ter beschikking waarmee locatieonafhankelijk gewerkt kan worden.

Dat maakt voor de btw de vraag interessant hoe de btw-heffing voor het privégebruik van de auto’s van de zaak dan uitpakt. Zeker nu door de coronacrisis ook veel werknemers van andere bedrijven thuis werken.

Die btw-heffing voor het privégebruik kan bepaald worden met een jaarlijks forfait van in principe 2,7% van de catalogusprijs, maar kan ook berekend worden op basis van het werkelijke autogebruik. In dat laatste geval telt het woon-werkverkeer voor de btw mee als privégebruik. Volgens het kantoor was er door de mogelijkheid van thuiswerken geen ‘vaste plaats van tewerkstelling’ zodat er ook geen woon-werkverkeer meer was.

Het Gerechtshof gaat daar niet in mee. Volgens het Hof hebben de werknemers de keuze thuis te werken, met uitzondering van vergaderingen en overleggen. Maar hoewel de mogelijkheid voor de werknemers om thuis te werken het aantal woon-werkkilometers kan verminderen, wijzigt het karakter van de ritten tussen huis en kantoor niet.

De woonplaats blijft een keuze van de werknemer en de plaats waar een groot deel van de werkzaamheden (het kantoor berekende het zelf op 48%) wordt verricht, is de kantoorruimte die belanghebbende ter beschikking stelt. Het blijft een privéaangelegenheid van de werknemers om deze afstand te overbruggen als zij, vrijwillig of noodzakelijk, de rit naar en van kantoor maken. Voor de btw telt zo’n rit dan mee als privégebruik.

Het thuiswerken kan dus de omvang van de btw-heffing over het privégebruik wel verminderen, maar de mogelijkheid van thuiswerken sluit zo’n btw-heffing dus niet bij voorbaat uit. Voor de loonbelasting zijn de woon-werkritten overigens wel gewoon volledig zakelijk.

Lees verder

Bij verklaring geen privégebruik geen inhouding op het loon

Mag een werkgever loonbelasting over de bijtelling inhouden op het loon van een werknemer die een verklaring geen privégebruik voor zijn auto heeft?

Die vraag kwam aan de orde in een kort geding van een werknemer van wie de arbeidsovereenkomst beëindigd was. Bij de eindafrekening van zijn loon hield de voormalig werkgever alsnog loonheffingen in voor de bijtelling van zijn auto over de afgelopen periode.

Onterecht, zo oordeelde de kantonrechter. De werknemer overlegde een verklaring van de belastingdienst dat de Verklaring geen privégebruik tot gevolg heeft dat de werkgever geen bijtelling meer mag toepassen en dat het aan de werknemer zelf is om zo nodig aan de belastingdienst overtuigend bewijs te leveren dat de auto voor niet meer dan 500 km per jaar privé is gebruikt.

De werkgever stelde nog dat hij verplicht is om de bijtelling toe te passen als de werknemer geen rittenregistratie aan hem verstrekt. Maar dat is naar het oordeel van de kantonrechter onjuist.

De werkgever is met zo’n verklaring geen privégebruik in principe gevrijwaard van naheffingen. Rittenregistraties heeft hij daar niet voor nodig. Alleen als hij weet dat de verklaring ten onrechte is afgegeven, wordt de naheffing aan de werkgever opgelegd. In andere gevallen vindt eventuele naheffing bij de werknemer plaats.

Lees verder

Het belang van een goede rittenregistratie

Een rittenregistratie met 487 privékilometers, maar toch bijtelling? Dat lijkt niet logisch. Hoe zit dat?

Een rittenregistratie met niet meer dan 500 km privégebruik, maar toch bijtelling. Dat overkwam een berijder van een auto van de zaak. Hij had een rittenregistratie bijgehouden waarover de inspecteur van de belastingdienst bij controle een aantal vragen heeft gesteld. De controle leidde tot een naheffing, waartegen deze berijder bezwaar heeft gemaakt en later beroep en hoger beroep heeft ingesteld.

In de beroepsprocedure heeft deze berijder een verbeterde rittenregistratie ingeleverd. In de door de belastingdienst gecontroleerde eerste versie was er sprake van 596 ritten in het jaar, waarvan 162 kilometer voor privé was. De verbeterde versie liet 647 ritten zien, met 487 privékilometers.

Toch heeft deze berijder daarmee volgens het Gerechtshof niet voldaan aan de bewijslast van de tegenbewijsregeling. Er moet dan “overtuigend aangetoond worden” dat het privégebruik niet meer is geweest dan 500 km. De nieuwe rittenregistratie is echter geen overtuigend bewijs, zo oordeelde het Gerechtshof. De berijder kon voor een aantal verschillen tussen beide administraties geen verklaring geven. De nieuwe administratie was bovendien ook niet sluitend. Zo werd bij een aantal opeenvolgende ritten uitgegaan van dezelfde beginstand van de kilometerteller. Daarnaast zaten er onvolkomenheden in voor wat betreft het aantal kilometers per rit, het aantal ritten en het karakter van de ritten: privé of zakelijk. Al met al voldoende punten om deze rittenregistratie niet als tegenbewijs te accepteren.

Deze uitspraak toont het belang aan van een goede rittenregistratie. Een geautomatiseerde rittenregistratie kan daarbij een handig hulpmiddel zijn.

Lees verder