XLLeaseFiscaliteiten

Fiscaliteiten

Bijtelling over catalogusprijs niet strijdig met EU-recht

Dat blijkt uit een recente uitspraak in een zaak waarin een werknemer de stelling poneerde dat de bijtellingswetgeving strijdig is met een regeling uit het EU-verdrag. In die regeling wordt aan lidstaten verboden om op ingevoerde producten hogere belastingen te heffen dan op binnenlandse producten. Deze werknemer vond dat dit verbod was geschonden omdat er voor de bijtelling geen verschil tussen nieuwe en gebruikte auto’s wordt gemaakt. Daardoor zullen werknemers vaak kiezen voor een nieuwe auto, zodat volgens hem dat de invoer van gebruikte auto’s wordt belemmerd.

De rechter vond echter dat de bijtellingswetgeving niet in strijd komt met dit verbod op protectionisme uit het EU-verdrag: Bij de invoer van een gebruikte auto is er BPM verschuldigd en die belasting op ingevoerde auto’s is niet hoger dan de BPM op een nationaal product. Pas later, als de ingevoerde gebruikte auto ter beschikking wordt gesteld aan een werknemer, komt de bijtelling aan de orde. Dat deze situatie zich ook daadwerkelijk zal voordoen, is bij invoer onvoorspelbaar. Niet elke ingevoerde auto zal immers aan een werknemer ter beschikking worden gesteld en ook is dan nog niet duidelijk of het privégebruik groter dan 500 km per jaar zal zijn. Of de bijtelling van toepassing zal zijn, is volgens de rechter te onvoorspelbaar om te kunnen concluderen tot een vorm van fiscaal protectionisme.

Eerder werd er overigens ook al geprocedeerd over het 15 jaar lang berekenen van de bijtelling over de nieuwprijs van de auto en het ontbreken van een tegenbewijsregeling. De Hoge Raad heeft ook dat beroep destijds afgewezen. Ondernemers kunnen overigens soms wel na verloop van een aantal jaren hun auto die zij zowel zakelijk als privé gebruiken uit de zaak overbrengen naar hun privévermogen. Op die manier kan de bijtelling over de nieuwprijs verder worden voorkomen.

Lees verder

Ook nog lage bijtelling na 2020

De afgelopen jaren was het steeds zo dat de autobelastingen per vierjaarsperiode werden vormgegeven. Nadat de plannen voor zo’n periode in een “Autobrief” door het kabinet naar de Tweede Kamer werden gestuurd, werden de plannen dan in de wet opgenomen voor een periode van 4 jaar.

De huidige vierjaarsperiode loopt af per eind volgend jaar. De plannen voor de periode daarna zullen in de loop van 2019 gepresenteerd worden. Voor een belangrijk deel loopt dat parallel met de verdere ontwikkeling van het Klimaatakkoord. Van dat klimaatakkoord werd in december een concept gepresenteerd. Dit voorjaar volgt de verdere uitwerking. Voor de mobiliteit bevat het akkoord een groot aantal plannen, vooral ook voor elektrisch rijden. Dat sluit aan op de afspraak uit het regeerakkoord om te streven naar 100% nulemissie nieuwverkopen vanaf 2030.

Voor de bijtelling voor privégebruik van een nulemmissieauto wordt in het akkoord voorgesteld een percentage te hanteren van 8% (over een catalogusprijs van maximaal € 50.000) in 2021 en 2022. Daarna wordt dat twee jaar 10%. In 2025 gaat de bijtelling dan naar 16% en de bijtelling neemt daarna jaarlijks met één procentpunt toe, tot 20% in 2030. In deze plannen blijft er dus nog langjarig een bijtellingskorting.

Het is overigens bij de huidige wet nog steeds zo dat er een zestigmaandsperiode geldt: Ook als het percentage omhoog gaat voor nieuwe auto’s, hou je zelf het lagere percentage dat gold bij de eerste toelating van jouw auto zolang er nog geen 60 maanden verstreken zijn.

Lees verder

Hoge Raad: naheffingsregels buitenlands kenteken niet discriminerend

Vanaf 2014 mag er namelijk een naheffing worden opgelegd die begint op de dag dat de houder van de auto zich inschreef (of had moeten inschrijven) in het bevolkingsregister en die loopt tot de dag van de constatering van het Nederlandse weggebruik met deze buitenlandse auto. De naheffingsperiode kan daarbij oplopen tot 5 jaar, waarbij de belastingdienst een boete van 100% kan opleggen.

Is dat geen discriminatie naar nationaliteit? Dat vroeg Rechtbank Zeeland-West-Brabant vorig jaar aan de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft daar nu zijn oordeel over gegeven. Opvallend is dat de Hoge Raad in het midden laat of er sprake is van indirecte discriminatie. De Hoge Raad oordeelt namelijk dat er sowieso geen sprake is van een met het Europese verdrag strijdige discriminatie omdat er een rechtvaardigingsgrond voor deze maatregel is. Zonder deze maatregel zou de belastingdienst namelijk in problemen komen met de handhaving van de MRB-plicht op auto’s met een buitenlands kenteken die worden gebruikt door in Nederland wonende personen.

Wel zegt de Hoge Raad dat er een mogelijkheid van tegenbewijs is. Het kan immers zo zijn dat je de auto nog niet ter beschikking had op de dag dat je je inschreef of had moeten inschrijven in het bevolkingsregister. Als je dat aannemelijk kunt maken, begint de naheffingsperiode op een later tijdstip. Ook kan het zo zijn dat je de buitenlandse auto bij de inschrijving al wel ter beschikking had, en op het controlemoment ook, maar in de tussentijd gedurende een bepaalde periode niet. Als je dat aannemelijk kunt maken, krijg je over de tussenliggende periode op basis van dit nieuwe oordeel van de Hoge Raad ook geen naheffing.

Lees verder

Degressieve afschrijving mogelijk voor zorgkostenaftrek in aangifte

Het gaat om de werkelijke uitgaven voor vervoer naar een arts of ziekenhuis en terug en om extra vervoerskosten door ziekte of invaliditeit. In dat laatste geval zijn deze kosten alleen aftrekbaar als je aannemelijk kunt maken dat je door jouw ziekte of invaliditeit hogere vervoerskosten hebt dan iemand die niet ziek of invalide is. Voor die vergelijking moet je dan kijken naar iemand die in financieel en maatschappelijk opzicht met jou vergelijkbaar is. Daarvoor kun je bijvoorbeeld gegevens van Nibud of het CBS gebruiken.

Bij de werkelijke vervoerskosten kun je voor je auto bijvoorbeeld posten meetellen zoals afschrijving, motorrijtuigenbelasting, verzekering en brandstof.

De berekening van de afschrijving is dan nog wel de vraag hoe je die afschrijving berekent. Een nieuwe uitspraak van Gerechtshof Den Haag bevestigt dat je dat met een degressieve afschrijving mag doen. Op die manier hou je het beste rekening met het werkelijke waardeverloop van de auto. De afschrijving is dan in de eerste jaren na aanschaf van de auto hoger dan in latere jaren, zodat je aftrekpost in de eerste jaren ook het hoogst is.

Lees verder

Let bij tegenbewijs bijtelling op het doel van de rit

Belangrijke vraag daarbij is dan natuurlijk wat een privérit is. Is dat bijvoorbeeld aan de orde als je met je auto van de zaak naar een golfclub rijdt om daar (potentiële) zakelijke relaties te ontmoeten?

Die vraag kwam aan de orde in een geschil waarin de Hoge Raad vandaag het hoger beroep heeft bevestigd.

Het gaat daarbij om iemand die in één jaar 79 ritten van en naar golfclubs heeft gemaakt met zijn zakelijke auto. Het geschil ging erover of deel geheel of gedeeltelijk privéritten zijn.

De belastinginspecteur stelde in de eerste plaats dat sportbeoefening sowieso aangemerkt moet worden als een privéaangelegenheid, onafhankelijk van het antwoord op de vraag of deze sport samen met een zakelijke relatie wordt beoefend. Daar ging het Gerechtshof in hoger beroep niet in mee. Het Hof achtte het aannemelijk dat de bezoeken aan de golfclubs zowel samenhangen met de rol als directeur-grootaandeelhouder als met het persoonlijke leven waarin het beoefenen van de golfsport een rol speelt. Voor de verhouding tussen dat zakelijke en privédeel keek het Hof vervolgens naar eerdere jurisprudentie. Daarin is bepaald dat dit soort autoritten die zowel met de dienstbetrekking als met het persoonlijke leven samenhangen, slechts als zakelijk kunnen worden aangemerkt als zij door iemand die niet een dienstbetrekking als die van de belastingplichtige vervult, maar wat inkomen, vermogen en gezin betreft in dezelfde omstandigheden verkeert, niet of niet in dezelfde omvang zouden zijn gemaakt.

Het Hof achtte aannemelijk dat iemand die behalve deze baan verder in dezelfde omstandigheden verkeert als deze berijder, in dit jaar gemiddeld 17 bezoeken brengt aan een golfbaan. Van de gemaakte 79 ritten zijn er dan 62 zakelijk en 17 privé. Met die 17 privéritten kwam deze berijder echter alsnog uit boven de 500 kilometer privé. Deze 17 ritten zorgden dus voor een belaste bijtelling over het hele jaar, ook al was er verder niet of nauwelijks privé met de auto gereden. Het blijft dus erg opletten met ritten met een gemengde bestemming.

Lees verder

Doorrekening brengt het klimaatakkoord een stap dichterbij

Het PBL constateert dat de vormgeving van veel voorstellen in het concept is nog niet volledig duidelijk is. Er moeten op verschillende punten nog keuzes worden gemaakt, die het effect voor een groot deel zullen bepalen. Ook de gedragsreactie van burgers en bedrijven op de voorstellen is onzeker. Maar het pakket als geheel bevat een aantal grote bouwstenen waarmee in verschillende sectoren een nieuwe en belangrijke stap in de energietransitie gezet kan worden, aldus het PBL.

Wat mobiliteit betreft bevat het concept met name maatregelen voor het stimuleren van elektrisch rijden, vanuit de kabinetsdoelstelling dat in 2030 alle nieuw verkochte auto’s nulemissie-auto’s zijn. Ook na het aflopen van de huidige stimuleringsmaatregelen in 2020 blijven er dan fiscale regelingen in de bijtelling, MRB en BPM voor elektrische auto’s, naast een aanschafsubsidie voor particuliere kopers van een elektrische auto.

Het kabinet heeft inmiddels in een eerste reactie op de doorrekening laten weten vast te willen houden aan de oorspronkelijke uitgangspunten: het halen van de klimaatdoelstellingen, zorgen dat het voor huishoudens haalbaar en betaalbaar is en zorgen voor een faire verdeling van lasten tussen mensen en bedrijven. In de komende weken zal er gewerkt worden aan een definitief pakket aan klimaatmaatregelen. Daarbij wil het kabinet de verdeling van de lasten tussen burgers en bedrijven evenwichtiger maken. Onder meer door de industrie een grotere bijdrage te laten leveren aan de transitie.

Wat de automobiliteit betreft wil het kabinet de huidige marktontwikkeling meer mee laten wegen en meer aandacht geven aan ondersteuning van de tweedehandsmarkt voor elektrische auto’s en het voorkomen van oversubsidiëring van nieuwe elektrische auto’s. Onder meer wordt eraan gedacht de in het ontwerp van het Klimaatakkoord opgenomen verhoging van de vaste lasten op het bezit van auto’s met een verbrandingsmotor niet in te voeren. Vermoedelijk komt hier nog voor de zomer meer duidelijkheid over. Wij houden u op de hoogte.

Lees verder

Door ziekte auto niet gebruikt? Toch bijtelling

Hoe vreemd het ook lijkt, als je de auto van de zaak niet kunt of wilt gebruiken, heb je tóch een bijtelling omdat de auto je in die tijd wél ter beschikking staat.

Zo is er jurisprudentie over een berijder die door een herseninfarct lichamelijke klachten had, zoals duizeligheid. Hij wilde geen risico nemen en reed daarom niet meer in zijn auto. Zijn rijbewijs was nog wel gewoon geldig. Een rittenregistratie had hij helaas niet bijgehouden, zodat de belastingdienst een naheffing oplegde voor de bijtelling over vier jaren.

De rechter oordeelde dat het bij deze medische situatie voor de hand had gelegen dat het CBR een onderzoek had gedaan, wat niet was gebeurd. Maar bovendien sluit ziekte niet uit dat anderen, bijvoorbeeld gezinsleden, de auto van de zaak hebben gebruikt voor privéritten.

Dat er ook twee privéauto’s waren, levert ook onvoldoende bewijs op dat de zakelijke auto niet voor privéritten is gebruikt.

In deze situatie achtte de rechter niet overtuigend aangetoond dat de auto voor niet meer dan 500 kilometer op kalenderjaarbasis voor privédoeleinden is gebruikt. Het advies in dergelijke situaties is dan ook om een sluitende rittenregistratie bij te houden als de auto tijdens ziekte ter beschikking gesteld blijft.

Lees verder

Salary split voor bijtelling auto goed vastleggen

Voorwaarde is wel dat dit goed wordt vastgelegd. In een recente belastingprocedure ontbrak het aan die vastlegging. Het gevolg was dat de bijtelling voor het volledige bedrag in Nederland belast werd.

De rechtbank oordeelde als volgt: “Indien een werknemer meerdere werkgevers heeft die gevestigd zijn in verschillende landen en hij in verband met het verrichten van zijn werkzaamheden gebruik maakt van een auto die hem door zijn werkgevers – dan wel door één van hen, maar mede namens de ander – ter beschikking is gesteld, heeft het volgende te gelden. Het voordeel dat die werknemer heeft door het gebruik van die auto voor privédoeleinden, dient te worden toegerekend aan elk van de desbetreffende arbeidsverhoudingen. Als maatstaf voor die toerekening dient het bruto salaris dat de werknemer van beide werkgevers geniet, met een uitzondering voor bijzondere omstandigheden”.

In dit geval bleef onder andere onduidelijk of er een overeenkomst van gezamenlijke terbeschikkingstelling van de auto was gesloten of dat er een verdeling van de kosten van de auto tussen de vennootschappen was overeengekomen. Voor (gedeeltelijke) toerekening van het voordeel van het privégebruik van de auto aan de werkzaamheden voor de buitenlandse vennootschappen was dan ook geen plaats.

Deze uitspraak toont het belang van goede vastlegging aan. Maar mét zo’n vastlegging kan er in deze situaties een mooi voordeel behaald worden.

Lees verder

Staatssecretaris: bijsturing EV-stimulering nu niet nodig

Een aantal leden van de Tweede Kamer maakt zich zorgen om overstimulering van elektrisch rijden. De staatssecretaris geeft aan dat het lastig is te voorspellen hoeveel EV’s in 2019 verkocht zullen worden. Als gevolg van de per 2019 ingevoerde begrenzing van de milieukorting in de bijtelling is de verwachting dat er in de EV nieuwverkopen een verschuiving richting EV’s met een catalogusprijs lager dan € 50.000 zal plaatsvinden. Dat is echter mede afhankelijk van de ontwikkeling in het aanbod van deze modellen.

In het specifieke geval van de fiscale stimulering van EV’s ziet het kabinet dit als een investering die nodig is om de transitie naar emissievrij rijden te versnellen. Dit leidt naast minder CO2-uitstoot ook tot betere luchtkwaliteit, minder geluidsoverlast en innovatiekansen voor het Nederlandse bedrijfsleven. De toegenomen EV-nieuwverkopen zijn vanuit dat perspectief dan ook een wenselijke ontwikkeling. Tegelijkertijd acht het kabinet het onwenselijk dat er sprake is van overstimulering. Het kabinet ziet vooralsnog geen noodzaak om op korte termijn verder bij te sturen, maar acht het volgens de staatssecretaris wel van belang om een vinger aan de pols te houden.

De Tweede Kamer wil zelf ook die vinger aan de pols houden. Daarom heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen waarmee de Rekenkamer de opdracht krijgt een analyse te maken van de doelmatigheid van de stimuleringsmaatregelen voor elektrische auto’s. De Rekenkamer zal daar later dit jaar over rapporteren. Wij houden je op de hoogte!

Lees verder

Gebruik zakelijke auto voor andere baan leidt tot bijtelling

Nee, zegt Gerechtshof Den Haag in een recente zaak. In die zaak ging het om een ondernemer die naast haar eigen onderneming ook elders in loondienst werkte. De auto die op de balans van haar eigen onderneming stond, gebruikte zij ook voor het woon-werkverkeer naar die andere onderneming.

Omdat woon-werkverkeer voor de bijtelling zakelijke ritten betreft, was deze ondernemer van mening dat met een sluitende rittenregistratie de bijtelling voorkomen kon worden. De rechter oordeelt daar in hoger beroep anders over. Er is hier namelijk geen sprake van woon-werkverkeer met een auto van die werkgever, maar met een auto uit de eigen onderneming. In een eerder arrest heeft de Hoge Raad daarover geoordeeld dat zulke kilometers dan als privégebruik moeten worden gezien, tenzij er een vergoeding voor de kosten van dat gebruik in de winst is opgenomen of het loon uit de dienstbetrekking deel uitmaakt van de winst van de onderneming. Beide was hier niet het geval. Hoewel het maar om 1.282 kilometers ging, betekent dat dan toch een bijtelling over het hele jaar. Door een gebruiksvergoeding in de winst van je eigen onderneming op te nemen, kun je zo’n ongewenste uitkomst voorkomen.

Lees verder

Kamervragen over BPM-wijziging door nieuwe WLTP-test

De staatssecretaris antwoordt dat het kabinet ernaar streeft om de totale BPM-opbrengst niet te laten stijgen als gevolg van de WLTP. Bij de omzetting naar een op WLTP-uitstootwaarden gebaseerde BPM-tabel is dan ook grote zorgvuldigheid geboden. Om te komen tot een BPM-tabel waarbij de totale BPM-opbrengst min of meer gelijk blijft, is voldoende inzicht nodig in de WLTP CO2-uitstoot van nieuwe auto’s in Nederland. Ook is meer inzicht nodig in het verschil tussen WLTP en NEDC CO2-uitstoot bij verschillende segmenten auto’s en de spreiding daarbinnen. Op dit moment zijn er nog onvoldoende gegevens beschikbaar om een zorgvuldige omzetting naar een op WLTP-uitstootwaarden gebaseerde BPM-tabel te maken.

TNO verwacht dat het aantal WLTP-auto’s in Nederland, voor alle automodellen, vanaf begin 2019 zal gaan toenemen. TNO rapporteert in mei 2019 over de analyses van de dan beschikbare data. Aan de hand van dit TNO-rapport bekijkt de staatssecretaris of het mogelijk is om per 1 januari 2020 een op WLTP-testresultaten gebaseerde BPM-tarieftabel in de wet op te nemen. Dit betekent dat in ieder geval tot 1 januari 2020 de NEDC CO2-uitstoot de heffingsgrondslag van de BPM blijft. Die oude NEDC-waarde kan door de fabrikant worden vastgesteld op basis van de oude test, of op basis van een Europees omrekenmodel.

Lees verder

Praktische tips voor de btw-correctie privégebruik

Het vaste percentage kan worden toegepast als er onvoldoende gegevens over het werkelijke gebruik voorhanden zijn. Soms zijn die gegevens er echter wel. Dat kan tot een voordelige uitkomst leiden. De werkelijke kilometerverhoudingen van het privégebruik ten opzichte van het totale aantal gereden kilometers in het kalenderjaar worden dan gebruikt voor de berekening van de btw over het privégebruik. Dat percentage wordt dan vermenigvuldigd met de btw op de autokosten. Daarbij moet in de eerste 5 jaar ook 1/5 van de btw op de aanschaf worden meegenomen.

Wordt wel het forfait toegepast, dan kan vanaf het vijfde jaar na het jaar van de aanschaf, ook een lager forfait worden toegepast. Dat bedraagt dan 1,5% in plaats van de standaard 2,7%.

Het bijhouden van de kilometers kan voor auto’s die relatief weinig privé gebruikt worden voor de btw tot een voordelige uitkomst leiden. Wel moet daarbij bedacht worden dat het woon-werkverkeer voor de btw als privégebruik wordt gezien. Voor de bijtelling is het woon-werkverkeer zakelijk.

Die regeling betekent ook dat bestelauto’s die niet privé maar wel voor woon-werkverkeer gebruikt worden en dus geen loonbelastingbijtelling hebben, wel met de btw-correctie te maken hebben. Ook dan kan gebruik van de werkelijke kilometerverhoudingen een mooi fiscaal voordeel opleveren.

Lees verder

Hoge Raad: Verschil in bijtelling 22 versus 25 procent is toegestaan

Vanaf 2017 is het standaardbijtellingspercentage verlaagd naar 22%. Echter, auto’s met een Datum Eerste Toelating van uiterlijk 31 december 2016 hielden als uitgangspunt een bijtellingspercentage van 25%.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft het beroep in 2017 afgewezen. De belangrijkste reden voor de rechter was de ruime beoordelingsvrijheid van de wetgever en de overweging dat de wetgever bij de wijziging niet zozeer naar milieumaatregelen heeft gekeken, maar vooral naar een gewijzigd kostenpatroon. Door het zuiniger worden van auto’s, dalen de brandstofverbruikskosten bij een gestegen aanschafprijs. Het percentage bijtelling moest daarom bijgesteld worden. De wijzigingen in Autobrief II per 2017 waren volgens de rechter een logisch aanknopingspunt.

De Hoge Raad heeft dat oordeel van de Rechtbank nu bevestigd. De Hoge Raad zegt hier onder meer over: “Dat de wetgever ten aanzien van de overgang naar het lagere percentage ook een andere keuze had kunnen maken, maakt niet dat de keuze van de wetgever om in de overgangsregeling te bepalen dat het percentage van 25% voor auto’s met een datum eerste toelating van uiterlijk 31 december 2016 gehandhaafd blijft, van redelijke grond is ontbloot” en “De wetgever heeft met het overgangsrecht onder andere onwenselijke effecten willen voorkomen. Gedacht kan worden belastingplichtigen die enige tijd voor de wetswijziging op het punt staan om een nieuw leasecontract af te sluiten. In de wetenschap dat het algemene bijtellingspercentage toch op korte termijn omlaag gaat, zouden zij dan eerder hebben kunnen besluiten om een minder zuinige auto te leasen. Van de keuze van de wetgever om de overgangsregeling in te voeren, kan dan ook niet worden gezegd dat deze van redelijke grond is ontbloot. Van een in de wet opgenomen ongeoorloofde ongelijke behandeling is dan ook geen sprake”.

Gevolg van deze uitspraak is overigens ook dat de bijtelling voor auto’s waarop een korting wegens lage CO2-uitstoot van toepassing was, na afloop van de 60-maandsperiode niet naar 22% maar naar 25% bijtelling gaat. Voor volledig elektrische auto’s betekent dat een bijtelling van 7% i.p.v. 4% over de eerste 50.000 euro catalogusprijs.

Lees verder

Update procedure over bijtellingsverschil van 22 en 25 procent

Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft het beroep in 2017 afgewezen. De belangrijkste reden voor de rechter was de ruime beoordelingsvrijheid van de wetgever en de overweging dat de wetgever bij de wijziging niet zozeer naar milieumaatregelen heeft gekeken, maar vooral naar een gewijzigd kostenpatroon. Door het zuiniger worden van auto’s, dalen de brandstofverbruikskosten bij een gestegen aanschafprijs. Het percentage bijtelling moest daarom bijgesteld worden. De wijzigingen in Autobrief II per 2017 waren volgens de rechter een logisch aankopingspunt.

Het cassatieberoep van de Vereniging Zakelijke Rijders tegen deze uitspraak ligt inmiddels alweer geruime tijd bij de Hoge Raad. In maart 2018 is in die zaak de Conclusie van de Advocaat-Generaal al verschenen. Die Conclusie is een onpartijdig advies aan de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal adviseerde de Hoge Raad het beroep ongegrond te verklaren. Volgens hem valt de overgangsregeling onder de ruime beoordelingsvrijheid van de wetgever.

De Hoge Raad heeft laten weten dat het arrest in deze zaak in het laatste kwartaal van 2018 zou worden gepubliceerd. Dat is echter niet gebeurd. Het arrest van de Hoge Raad wordt nu vrijdag 11 januari 2019 verwacht, zodat de uitkomst meegenomen kan worden in de aangiften inkomstenbelasting over 2018.
Wij houden u op de hoogte.

Lees verder

Ook in 2019 milieu-investeringsaftrek voor duurzame mobiliteit

De elektrische auto komt ook in 2019 weer in aanmerking voor MIA. De MIA bedraagt dan 27% over een maximale investering van € 40.000. Voor de waterstofpersonenauto geldt een MIA van 36% over maximaal € 50.000. Op deze auto geldt voor 75% van de investering ook de VAMIL-afschrijving. Op plug-in hybrides wordt geen MIA meer toegekend.

13,5% MIA over de helft van de investering is er voor elektrische bromfietsen en snorfietsen met een lithiumhoudende accu. Deze brom- en snorfietsen mogen voor 75% ook willekeurig afgeschreven worden.

MIA en VAMIL zijn er ook voor de volledig elektrische bestelauto uit de N1-categorie. Dat is de bestelauto tot een maximaal bruto voertuiggewicht van 3.500 kg. De MIA is dan 36% over maximaal € 75.000 De VAMIL gaat over 75% van je investeringsbedrag.
De regeling voor elektrische bestelauto’s met een hoger voertuiggewicht (N2 en N3 categorie) is in vergelijking met 2018 gewijzigd. Ook de gesloten bestelauto kwalificeert in 2019 voor deze regeling van 36% MIA en VAMIL. Er geldt hierbij voor de MIA geen maximaal investeringsbedrag per voertuig. De bestelauto mag in plaats van lithiumhoudende accu’s ook voorzien zijn van NaNiCl accu’s.
Aardgasbestelauto’s komen niet meer voor MIA in aanmerking. 13,5% MIA is er alleen nog voor een aardgasbakwagenchassis of trekker in de N2 en N3 categorie.

Waterstofafleverstations en oplaadpunten voor elektrische voertuigen komen onder voorwaarden ook in aanmerking voor 36% MIA en voor VAMIL.

De energielijst geeft een opsomming van de investeringen waarvoor 45% energie-investeringsaftrek geldt. Voorbeelden van de 2019-lijst zijn de zonnepanelen voor bestelauto’s met duurzame transportkoeling en de lichtgewicht bakwagenopbouw voor bestelauto’s.

De MIA en EIA gelden anders dan de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek ook bij operational lease. De leasemaatschappij doet dan zelf de aanvraag.
Tot slot: Denk voor deze regelingen aan tijdige melding via het e-loket van RVO. Dat moet binnen 3 maanden na het aangaan van de verplichtingen.

Lees verder