XLLeaseFiscaliteiten

Fiscaliteiten

Toch geen laag wegenbelastingtarief voor gemeente

Ondernemers kunnen voor hun zakelijk gebruikte bestelauto’s het verlaagde MRB-tarief toepassen. Voor gemeenten ligt dat een stuk moeilijker, zo blijkt uit een nieuwe uitspraak.

Voor het verlaagde MRB-tarief (en ook voor de BPM-vrijstelling) geldt dat de betreffende bestelauto “meer dan bijkomstig” (dat betekent: minimaal 10%) wordt gebruikt in het kader van de onderneming in de zin van de Wet op de omzetbelasting. Over de vraag hoe dit uitwerkt voor gemeentelijke overheden, heeft een gemeente een nieuwe procedure gestart. Inmiddels is daar in hoger beroep een uitspraak van.

De reden van de procedure zal zijn geweest dat het Europese Hof van Justitie in 2016 voor de btw een belangrijk arrest heeft gepubliceerd over het verschil tussen economische en niet- economische activiteiten.

De bestelauto’s van deze gemeente werden voor minder dan 10% gebruikt in het kader van ‘echte’ ondernemersactiviteiten in de zin van de omzetbelasting. De bestelauto’s werden namelijk vooral ingezet voor inzamelen van veegvuil, het legen van prullenbakken en het onderhoud van de gemeentelijke groenvoorziening. De gemeente stelde echter dat haar totale onderneming zowel haar economische als haar niet-economische activiteiten (inclusief de overheidstaken) betreft, en dat zij de auto’s daarom meer dan bijkomstig gebruikt in het kader van haar onderneming. Er bestaat dus volgens de gemeente recht op toepassing van het verlaagde MRB-tarief.

Het Gerechtshof Den Haag stelde de gemeente niet in het gelijk. Voor zover de gemeente optreedt als overheid doet zij dat niet als ondernemer, aldus het Hof. “Evenmin is zij als ondernemer aan te merken indien zij geen economische activiteiten verricht”. De gemeente kan daarom het verlaagde tarief niet toepassen.

Op dit moment is nog niet bekend of er beroep in cassatie zal worden ingesteld bij de Hoge Raad. Mocht zo’n cassatieberoep er komen, dan houden wij u daarover vanzelfsprekend op de hoogte.

 

Lees verder

Ondernemersvrijstelling bestelauto ook voor btw-vrijgestelde ondernemers

Ook btw-vrijgestelde ondernemers hebben recht op de bpm-vrijstelling en het lage mrb-tarief voor hun zakelijk gebruikte bestelauto.

In de praktijk levert dit nogal eens een misverstand op. Een te hoge kilometerkostprijs is het gevolg. Het misverstand doet zich vooral voor als de belastingdienst u als btw-vrijgestelde ondernemer heeft uitgeschreven voor de btw. Uw fiscale nummer is dan niet meer actief. U hoeft dan ook geen btw-aangiften meer te doen.

Op de achtergrond blijft het fiscale nummer echter wel bestaan. U blijft ook gewoon ondernemer in de zin van de btw-wetgeving. En dat laatste is belangrijk bij aanschaf of lease van een bestelauto. Voor de bpm-vrijstelling en het lage wegenbelastingtarief is namelijk vereist dat u btw-ondernemer bent en de bestelauto minimaal 10% zakelijk gebruikt. Niet vereist is dat u geen btw-vrijstelling toepast en periodiek btw afdraagt. Een btw-vrijstelling is dus geen verhindering voor deze ondernemersregelingen.

Als het fiscale nummer niet meer actief is, en daardoor de kentekenregistratie van uw bestelauto niet automatisch door de belastingdienst herkend wordt als een situatie waarop de ondernemersregelingen toegepast kunnen worden, kunt u zelf alsnog schriftelijk bij de belastingdienst verzoeken de regelingen tóch toe te passen.

 

Lees verder

Staatssecretaris ziet nog geen hogere BPM-opbrengst door WLTP

Staatssecretaris Menno Snel van Financiën ziet nog geen hogere BPM-opbrengst door de nieuwe WLTP-testmethode voor de vaststelling van de CO2-uitstoot.

Dat schrijft hij begin mei 2018 in zijn beantwoording van Kamervragen over de Fiscale Beleidsagenda. Gevraagd wordt hoe de verwachting van autoimporteurs dat de BPM de komende jaren stijgt, te rijmen is met een budgetneutrale omzetting.

Snel antwoordt dat de BPM-opbrengst over 2017 is gestegen ten opzichte van de opbrengst over 2016. Dat de BPM ook de komende jaren zal stijgen, acht hij - ondanks de verlaging van de BPM-tarieven met 14,7% over de periode 2017 - 2020 - gezien de marktomstandigheden niet ondenkbaar. De macro-economische inschattingen van het CPB voor de komende jaren zijn immers positief. Bij een hogere economische groei kopen consumenten meer en grotere auto’s. Een grotere auto heeft over het algemeen een hogere CO2-uitstoot en dus een hogere BPM. Op dit moment ziet de staatssecretaris geen verandering in de BPM-inkomsten als gevolg van de WLTP. In de toekomst is het – naast fluctuerende BPM-inkomsten als gevolg van economische ontwikkelingen of veranderende consumentenvoorkeuren - mogelijk dat de WLTP leidt tot verschuivingen in de CO2-uitstoot tussen de verschillende autosegmenten. Snel streeft ernaar de totale BPM-opbrengst niet te laten stijgen enkel als gevolg van de WLTP. 

Om inzicht te krijgen in de CO2-uitstoot van met de nieuwe WLTP-testmethode geteste auto’s, werkt de staatssecretaris samen met het ministerie van I&W, de RDW, TNO en marktpartijen aan een onderzoek. Op basis van de resultaten van dat onderzoek kan hij dan meer duidelijkheid geven over het proces van de omzetting van de BPM naar op WLTP-gebaseerde tarieven. De ingangsdatum van die nieuwe BPM-tarieven is op dit moment nog niet bekend.

 

Lees verder

Tegenbewijs bijtelling is vormvrij

Als een werknemer of een ondernemer een auto van de zaak ter beschikking heeft, geldt als uitgangspunt een bijtelling voor privégebruik. Met de tegenbewijsregeling kun je die bijtelling voorkomen. Het tegenbewijs is vormvrij. In de praktijk zal een sluitende rittenregistratie meestal het beste tegenbewijs opleveren. Je moet namelijk kunnen bewijzen dat je op jaarbasis niet meer dan 500 kilometer privé hebt gereden.

De rechtspraak liet deze week een interessant voorbeeld zien van hoe tegenbewijs er ook uit kan zien.
Het ging om een VOF van twee markthandelaren. Moeder en dochter verkochten kledingfournituren en naaigerei op diverse markten in Nederland. Feitelijk oefende moeder de onderneming uit en dochter ondersteunde haar, zo kunnen we uit de uitspraak opmaken. In de VOF werd ook een auto gebruikt. De discussie ging over de vraag of de inspecteur de winst van de dochter terecht had verhoogd met een bijtelling voor privégebruik.

De dochter voerde diverse argumenten aan waarom de bijtelling niet terecht was. Zo had zij überhaupt geen rijbewijs (wat op zich nog geen argument is om dan ook geen bijtelling te krijgen), maar de auto stond ook altijd bij het huis van haar moeder en haar moeder had de sleutel. Bovendien was ‘streng op het zakelijke gebruik’. Moeder gebruikte de auto ook alleen voor zakelijke ritten. Als ze naar de markt gingen, haalde moeder haar dochter thuis op en zette haar op de terugweg af. Voor privévervoer gebruikte dochter haar fiets of een OV-kaart.
De inspecteur bracht hier tegenin dat de auto niet op een afgesloten terrein gestald stond en dat een verbod op privégebruik niet schriftelijk was vastgelegd.

De rechtbank verwees echter naar een arrest van de Hoge Raad uit 2015 waaruit voor werknemers blijkt dat van het ter beschikking stellen van een auto geen sprake is als werknemers die auto slechts besturen voor de uitvoering van bepaalde opdrachten van de werkgever om in diens belang personen of goederen te vervoeren. Bij de gang van zaken bij deze VOF bleef volgens de rechtbank de beschikkingsmacht over de auto altijd bij moeder. Dochter had volgens de rechtbank voldoende tegenbewijs tegen de bijtelling geleverd.

Op dit moment is nog niet bekend of er een hoger beroep volgt. De zaak is een mooie illustratie van het vormvrije karakter van het tegenbewijs. Een sluitende rittenregistratie kan dit soort discussies echter voorkomen en blijft daarom aan te raden als je de bijtelling wilt voorkomen!

 

Lees verder

RAI Vereniging pleit voor afbouw BPM

De almaar groeiende import van gebruikte auto’s bedreigt de klimaatambities van het Kabinet. Dat stelt de RAI Vereniging. Zij pleit daarom voor afbouw van de BPM.

Een jonggebruikte importauto stoot gemiddeld zo’n 12 procent meer CO2 uit dan een nieuwe auto. Dat blijkt uit cijfers van RAI Vereniging. Zij verwacht dat de groei van import van gebruikte auto’s ook in 2018 blijft doorzetten. Voorzitter Steven van Eijck hierover: “De politiek is nu aan zet. Beperk de import door de binnenlandse verkoop van nieuwe schone, zuinige auto’s te stimuleren via afschaffing van de aanschafbelasting BPM”.

In de eerste drie maanden van 2018 is de import van (jong)gebruikte auto’s uit het buitenland ten opzichte van dezelfde periode in 2017 met 8,5 procent gestegen naar 56.238 auto’s.

Binnenkort start het Kabinet met gesprekken over de invulling van een Klimaatakkoord. De mobiliteitssector moet daaraan ook een belangrijke bijdrage leveren. Van Eijck hierover: “We moeten voorkomen dat we straks in Nederland allerlei reductiemaatregelen bedenken waarvan het effect teniet wordt gedaan doordat een gebruikte auto uit het buitenland aantrekkelijker is.”

Vergeleken met landen om ons heen zoals Duitsland en België, hebben nieuwe auto’s in Nederland te maken met een relatief hoge aanschafbelasting. Het vorige kabinet had als doel de BPM af te bouwen en op termijn af te schaffen. In de praktijk blijkt door allerlei factoren de BPM-opbrengst echter gestegen te zijn. Volledige afbouw van de BPM is de enige manier om import terug te dringen, nieuwverkoop te stimuleren en effectief invulling te geven aan het komende Klimaatakkoord, aldus de RAI Vereniging.

 

Lees verder

Belastingdienst wil ANPR-controles weer invoeren

De belastingdienst wil voor de controle van rittenregistraties van de tegenbewijsregeling van de bijtelling opnieuw de camera’s met nummerplaatherkenning inzetten.

Dat blijkt uit de halfjaarsrapportage van de belastingdienst. Begin 2017 werd gebruik van beelden van camera’s met Automatic Number Plate Recognition (ANPR) nog door de Hoge Raad onloetbaar geacht.

De belastingdienst heeft daarna het gebruik van deze camerabeelden stopgezet voor de controle op de bijtelling, de MRB en het eurovignet. Oude bestanden met camerabeelden zijn vernietigd, en voor zover het decentraal bewaarde bestanden betreft is het gebruik ervan geblokkeerd.

Uit de halfjaarsrapportage blijkt dat het weer in gebruik nemen van de ANPR-camerabeelden en van gegevens die ontleend zijn aan deze camerabeelden in voorbereiding is. De bedoeling is om via het Belastingplan 2019 te regelen dat de gegevens weer gebruikt kunnen worden voor controle van de wegenbelasting (MRB).  
Voor de bijtelling ligt invoering ingewikkelder. Ook dat punt is echter in onderzoek. Gekeken wordt hoe dit gebruik past in het kader van de privacywetgeving en hoe de wettelijke grondslag het beste vorm kan krijgen. De belastingdienst wil dit laten meelopen in een nieuw wetsvoorstel over gegevensverwerking.

Lees verder

Uitstel voor roettaks

Dagblad De Telegraaf bericht op 16 april dat de verhoging van de motorrijtuigenbelasting voor auto’s zonder roetfilter wordt uitgesteld. De maatregel zou per 2019 ingaan, maar door IT-problemen bij de belastingdienst lijkt dat nu een latere datum te worden.

Doel van de maatregel was om dieselpersonen- en dieselbestelvoertuigen zwaarder te belasten als zij een fijnstofuitstoot hebben van meer dan 5 milligram per kilometer. Met deze grens sluit het kabinet aan bij de Europese Euro 5-norm die vanaf 1 september 2009 verplicht werd voor nieuwe typen personenauto’s en lichte bestelauto’s. Bij dieselbestelvoertuigen komt daar een leeftijdscriterium van 12 jaar en ouder bij, omdat bij bestelauto’s pas later dan bij personenauto’s een roetfilter gebruikelijk werd.
Het gaat naar verwachting om aantallen van zo’n 250.000 personenauto’s zonder af-fabriek roetfilter en zo’n 260.000 bestelauto’s van 12 jaar en ouder.

De geplande verhoging voor dieselpersonenauto’s betreft een toeslag op de MRB van 15% van de huidige MRB inclusief provinciale opcenten. Voor een gemiddelde dieselpersonenauto in de gewichtsklasse 1350-1450 kilogram betekent dat een verhoging van € 225 per jaar.
Ook voor dieselbestelvoertuigen van particulieren en ondernemers is een toeslag gepland van 15% op de MRB. Die verhoging komt voor een gemiddelde bestelauto van een ondernemer uit op € 62 per jaar.

Wij houden u op de hoogte zodra er een nieuwe invoeringsdatum bekend is.

 

Lees verder

Denk aan driemaandstermijn voor MIA-aanvraag op elektrische auto

De populariteit van volledig elektrische auto’s neemt toe, niet in de laatste plaats door de lage bijtelling van slechts 4% van de catalogusprijs. Op deze auto’s geldt bovendien milieu-investeringsaftrek (MIA).

Deze MIA houdt in dat ondernemers tot een investering van € 50.000 een extra fiscale aftrekpost mogen aftrekken ter grootte van 36% van de investering (voor elektrische bestelauto's geldt zelfs 36% over maximaal € 75.000). De MIA geldt als de auto gekocht wordt of met financial lease wordt aangeschaft, maar ook bij operational lease.
Bij operational lease kan de leasemaatschappij de MIA aftrekken van haar resultaat. Het netto-effect kan dan in de maandelijkse leasetermijn worden verwerkt. Bij koop of financial lease is het de ondernemer zelf die de MIA mag aftrekken. 

Belangrijke voorwaarde voor de MIA is dat het moet gaan om een nieuwe auto. Demo’s van niet ouder dan 6 maanden of met niet meer dan 6.000 km tellen ook nog als nieuw. Bovendien moet – in verband met het maximale beschikbare budget - de investering tijdig gemeld worden. Die melding kunt u doen via het e-loket van RVO op rvo.nl. Denkt u eraan dat dit moet gebeuren binnen 3 maanden na het aangaan van de investeringsverplichting, ook al wordt de auto pas op een later tijdstip geleverd.

 

Lees verder

Teveel afwijkingen in rittenregistratie: alsnog bijtelling

Met de tegenbewijsregeling kan de bijtelling voor privégebruik van een auto van de zaak voorkomen worden. Er moet dan aangetoond worden dat het privégebruik op jaarbasis niet meer is dan 500 kilometer.

Dat tegenbewijs kan het beste geleverd worden met een sluitende rittenregistratie. Uit de rechtspraak komt echter naar voren dat “een kilometeradministratie niet bij voorbaat dient te worden verworpen indien niet aan alle vereisten wordt voldaan. Een administratie in combinatie met andere bewijsmiddelen kan eveneens aanvaard worden, mits ze zodanig sluitend zijn dat daaruit eenduidig kan worden afgeleid hoeveel kilometers er met de auto’s zakelijk en privé zijn gereden”.

Dat andere bewijs is in de praktijk best lastig. Dat blijkt ook uit een recente rechtszaak over een naheffingsaanslag voor de bijtelling. De belastingdienst had bij de rittenregistratie over dat jaar grote vraagtekens. Op de rechtszitting probeerde deze berijder die opmerkingen te weerleggen.

Uit het totaal van de rittenregistratie, het brandstofverbruik en vastleggingen van kilometerstanden, leidde de rechtbank af dat de manier waarop de rittenregistratie was bijgehouden niet betrouwbaar is. De administratie was blijkbaar niet steeds per rit bijgehouden. Dat kon in de eerste plaats geconcludeerd worden uit grote verschillen in brandstofverbruik. De auto zou ongeveer 1 op 20 moeten rijden. Maar er waren ook weken in de rittenregistratie met een heel afwijkend brandstofcijfer. Daar kwam bij dat geen enkele kilometerstand van de tankbeurten, van onderhoudsfacturen en bandenwissel overeenkwam met de rittenregistratie. De rechter oordeelde dan ook dat het beroep ongegrond was: De naheffing blijft daarmee in stand.

Het is dan ook het beste om dagelijks en per rit de gereden ritten in de administratie te verwerken. Een geautomatiseerde rittenregistratie met een black box of app kan daar een handig hulpmiddel voor zijn.

 

Lees verder

Bij schorsing van auto weggebruik mogelijk voor APK?

Tijdens de schorsing van een auto is weggebruik niet toegestaan. Maar ook niet voor een rit voor een APK-keuring?

Die vraag kwam recent aan de orde in een rechtszaak bij de rechtbank in Groningen. Het ging daar om een iemand die zijn Renault 5 had geschorst, maar waarbij tijdens die schorsing weggebruik geconstateerd was. Dat bleek de rit van het schorsingsadres naar de garage te zijn.

De belastingdienst legde voor het weggebruik een naheffing motorrijtuigenbelasting op. Volgens de fiscus was namelijk niet aangetoond dat er sprake was van een APK-keuring. Bij de rechtbank bleek dat er geen bewijs was van een daadwerkelijke APK-keuringsafspraak. Er was ook geen keuringsrapport. Wel was er een bon van de garage van de bewuste dag, met daarop een vermelding van de uit te voeren reparaties.

Omdat wettelijke vrijstellingen strikt moeten worden uitgelegd, oordeelde de rechtbank dat de naheffing terecht was opgelegd. Er was namelijk geen bewijs van een daadwerkelijke APK-keuring.

Wel verviel de boete. De rechtbank was er namelijk van overtuigd dat deze autobezitter wel degelijk van plan was een APK-keuring te laten uitvoeren, al had hij er geen bewijs van dat dit zo gebeurd was. De vrijstelling van de motorrijtuigenbelasting voor geschorste auto’s moet strikt worden uitgelegd. Bij weggebruik voor de APK zijn bewijsstukken dan ook heel belangrijk. Let er daarnaast op dat de eis dat er geen weggebruik mag zijn ook betekent dat de auto niet op de openbare weg gestald mag worden.

 

Lees verder