XLLeaseFiscaliteiten

Fiscaliteiten

Zelf betaalde kosten niet aftrekbaar van de bijtelling

De vraag komt nogal eens op of kosten die de berijder zelf betaalt, afgetrokken kunnen worden van de bijtelling. Op basis van de jurisprudentie is dat niet het geval.

Zo is er bijvoorbeeld jurisprudentie over een berijder die drie maanden een auto van zijn werkgever ter beschikking had. Daarvoor betaalde hij elke maand een eigen bijdrage voor privégebruik van 50 euro. Die eigen bijdrage voor privégebruik was aftrekbaar voor de bijtelling. Tot zover geen discussie. Daarnaast moest hij blijkbaar zelf de brandstof van de auto betalen. Dat kostte hem meer dan de maandelijkse bruto bijtelling. Bij de rechter stelde deze berijder daarom dat die brandstofkosten tot maximaal het bruto bijtellingsbedrag in aftrek zouden moeten komen op de bijtelling. De rechter oordeelde echter dat dit niet mogelijk is: De wet staat aftrek van kosten die aan derden betaald zijn niet toe.
De les voor de praktijk is dat dergelijke kosten dan beter ondergebracht kunnen worden in een (hogere) eigen bijdrage voor privégebruik. Als de werknemer de kosten eerst zelf aan een derde heeft betaald, vergoedt de werkgever ze eerst. Daarna wordt op het loon een eigen bijdrage voor privégebruik ingehouden. De werknemer heeft dan het voordeel van de fiscale aftrek op de bijtelling.

Lees verder

Ook bij heel beperkt zakelijk gebruik toch auto op de zaak mogelijk

Deze vragen speelden onlangs bij de Rechtbank Noord-Nederland. Het ging om een ondernemer met een zakelijke bestelauto en een zakelijke personenauto. De discussie betrof de personenauto, omdat die vooral privé werd gebruikt en minder dan 10% zakelijk. De vraag was of deze auto dan wel op de balans van de onderneming mag staan: Is zo’n auto dan niet verplicht privévermogen?

De rechtbank keek eerst naar de jurisprudentie van de Hoge Raad: Voor de beantwoording van de vraag of een vermogensbestanddeel tot het ondernemings- of privévermogen behoort, is in het algemeen de wil van de ondernemer beslissend. De ondernemer is dus vrij in zijn keuze, maar hij moet wel binnen de grenzen van de redelijkheid blijven. In zijn algemeenheid geldt dat een vermogensbestanddeel verplicht ondernemingsvermogen is als het voor 90 % of meer zakelijk wordt gebruikt. Het vermogensbestanddeel is verplicht privévermogen als het voor minder dan 10 % zakelijk (en dus voor 90 % of meer privé) wordt gebruikt. In de tussenliggende situaties is er sprake van keuzevermogen en mag de ondernemer zijn investering privé of zakelijk boeken.

Voor auto’s is de Hoge Raad echter in de jurisprudentie afgeweken van deze 10%-grens bij deze afbakening tussen verplicht ondernemingsvermogen en keuzevermogen. Over de omgekeerde situatie, zoals zich nu voordeed, heeft de Hoge Raad nog nooit geoordeeld. Maar de rechtbank kan zich niet voorstellen dat de Hoge Raad dan wel aan de procentuele afbakening zou willen vasthouden, juist omdat de Hoge Raad verwees naar 'redenen van eenvoud' en 'vereenvoudiging'. De rechtbank gaf de ondernemer gelijk: Ook voor de vraag of de auto verplicht privévermogen of keuzevermogen is, geldt een grens van 500 km.

Als deze uitspraak ook in een eventueel hoger beroep en in cassatie in stand blijft, betekent dit dat een auto die slechts voor iets meer dan 500 km zakelijk wordt gebruikt en voor de rest privé, toch op de zaak geboekt kan worden. Weliswaar geldt voor het privégebruik dan een bijtelling. Maar daar staat tegenover dat alle kosten aftrekbaar zijn van de winst. Dat kan een voordelige optie zijn!

Lees verder

Ondernemersvrijstelling bestelauto ook voor btw-vrijgestelde ondernemers

In de praktijk levert dit nogal eens een misverstand op. Een te hoge kilometerkostprijs is het gevolg. Het misverstand doet zich vooral voor als de belastingdienst u als btw-vrijgestelde ondernemer heeft uitgeschreven voor de btw. Uw fiscale nummer is dan niet meer actief. U hoeft dan ook geen btw-aangiften meer te doen.

Op de achtergrond blijft het fiscale nummer echter wel bestaan. U blijft ook gewoon ondernemer in de zin van de btw-wetgeving. En dat laatste is belangrijk bij aanschaf of lease van een bestelauto. Voor de bpm-vrijstelling en het lage wegenbelastingtarief is namelijk vereist dat u btw-ondernemer bent en de bestelauto minimaal 10% zakelijk gebruikt. Niet vereist is dat u geen btw-vrijstelling toepast en periodiek btw afdraagt. Een btw-vrijstelling is dus geen verhindering voor deze ondernemersregelingen.

Als het fiscale nummer niet meer actief is, en daardoor de kentekenregistratie van uw bestelauto niet automatisch door de belastingdienst herkend wordt als een situatie waarop de ondernemersregelingen toegepast kunnen worden, kunt u zelf alsnog schriftelijk bij de belastingdienst verzoeken de regelingen tóch toe te passen.

Lees verder

Bij wisseling werkgever nieuwe bijtellingskeus mogelijk

Omdat de bijtelling voor privégebruik van een auto van de zaak via de loonadministratie van de werkgever loopt, hebben werknemers met zo’n auto de mogelijkheid om bij wisseling van werkgever ook te wisselen van bijtellingskeuze. Ieder van beide werkgevers is verantwoordelijk voor de loonheffingen over de periode waarin de werknemer bij dat bedrijf in dienst is. Als dat niet het hele jaar is, moet er bij gebruik van een rittenregistratie gekeken worden naar een tijdsevenredig deel van het maximale aantal privékilometers dat in zo’n geval geldt. Dat maximum is 500 km op jaarbasis.

Omdat bij de nieuwe werkgever een nieuwe periode begint, kan de werknemer ervoor kiezen om bij die nieuwe werkgever alsnog privé met bijtelling te gaan rijden als hij bij de vorige werkgever een rittenregistratie had, of andersom.

Een voorbeeld:
Stel dat iemand vanaf 1 januari tot 1 september bij werkgever A werkt. In die periode is het privégebruik 300 kilometer. Dat is minder dan 8/12 van 500 km. Er hoeft geen bijtelling bij het loon geteld te worden. Dat wordt anders als hij in deze periode bijvoorbeeld 400 km privé heeft gereden! Vanaf 1 september werkt hij bij werkgever B en rijdt hij tot het einde van het jaar 1500 km privé. Vanaf 1 september wordt er dan een bijtelling bij het loon geteld. Daarop worden loonheffingen ingehouden.

Conclusie: Wisseling van werkgever biedt mogelijkheden voor het wisselen van bijtelling naar rittenregistratie of andersom, maar let wel op het tijdsevenredige karakter van de 500 kilometergrens.

Lees verder

Kamervragen over afschaffing BPM-teruggaaf taxi

Daarom heeft de Tweede Kamer de staatssecretaris herinnerd aan de toezegging om de alternatieven te monitoren. De staatssecretaris antwoordt dat hij voor de monitoring van het aanbod contact heeft gelegd met relevante partijen waaronder het ministerie van VWS, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, en verder onder andere met Koninklijk Nederlands Vervoer. Uit deze gesprekken kwam naar voren dat er voor taxivervoer met reguliere straattaxi’s en personenbusjes voldoende zeer zuinige en emissievrije alternatieven lijken te zijn. Het aanbod van elektrische auto’s is immers goed en neemt toe, aldus de staatssecretaris. Voor taxibusjes met rolstoelplaatsen zijn de eerste inzichten dat het aanbod van zeer zuinige of emissievrije voertuigen beperkter is maar wel aanwezig. Weliswaar zijn de aanschafkosten van deze voertuigen hoger, maar kunnen de verbruikskosten lager uitvallen door lagere onderhoudskosten en omdat elektrisch laden in de meeste gevallen goedkoper is dan rijden op benzine of diesel.

Bij de afschaffing van de BPM-teruggaaf geldt overigens een ruime overgangsregeling. Dat betekent dat teruggaaf in 2019 op een benzine- of dieselauto nog mogelijk is. Ook als de auto daarna nog 3 jaar aan de gebruikelijke voorwaarden moet voldoen dat hij voor minimaal 90% voor taxiritten wordt gebruikt.

Belangrijk is ook dat de teruggaafregeling voor rolstoelbusjes die worden gebruikt voor rolstoelvervoer van en naar zorginstellingen in groepsverband in stand blijft. Dus ook als dit benzine- of dieselbusjes betreft. Voor de toepassing van deze regeling geldt een aantal cumulatieve voorwaarden. Zo moet de auto beschikken over voorzieningen voor rolstoelen en mag het voertuig alleen worden gebruikt voor het vervoer van rolstoelgebruikers van en naar een zorginstelling. Bij deze regeling zijn geen taxi-exploitanten betrokken, maar dient de zorginstelling die in het bezit is van een rolstoelbusje zelf het teruggaafverzoek in bij de Belastingdienst.

Lees verder

Nieuwe BPM-tabel op basis van WLTP komt per 1 juli 2020

De WLTP-testmethode sluit beter aan bij de praktijkomstandigheden dan de verouderde NEDC-testmethode en biedt daarom beter inzicht in het werkelijke brandstofverbruik en de CO2-uitstoot van personenauto’s. Hoe hoger deze CO2-uitstoot van de auto, hoe hoger de BPM is. Tot nu toe wordt met een omrekenmethodiek nog het oude uitstootcijfer gebruikt voor de BPM. Dat wordt midden volgend jaar veranderd in een rechtstreekse berekening op basis van de WLTP. Daarvoor zal de tabel moeten worden gewijzigd.

Het kabinet heeft TNO gevraagd de gevolgen van de nieuwe WLTP-methode door te rekenen. TNO geeft aan dat de WLTP CO2-uitstoot gemiddeld 10% + 15 g/km hoger is dan de oude NEDC CO2-uitstoot. Deze formule kan volgens TNO worden gebruikt als basis voor een budgettair neutrale omzetting van de CO2-tarieven in de BPM. Wanneer er BPM-tarieven en CO2-schijfgrenzen worden berekend met inachtneming van de veronderstelling dat de WLTP CO2-uitstoot gemiddeld 10% + 15 g/km hoger is dan de NEDC CO2-uitstoot, zullen de gevolgen voor de totale BPM-opbrengst naar verwachting klein zijn. Gemiddeld genomen blijft de BPM dan ongeveer hetzelfde. Dit neemt niet weg dat de BPM-opbrengst hoger of lager kan worden doordat er meer of minder auto’s verkocht gaan worden, of doordat de consumentenvoorkeuren veranderen.

Dat de omgerekende uitstootwaarden die op dit moment voor de BPM-berekening gebruikt worden, op basis van de nieuwe test hoger uitpakken dan de CO2-uitstoot volgens de oude NEDC-test, komt volgens TNO overigens niet door de nieuwe test. TNO verklaart deze stijging door het toegenomen voertuiggewicht en motorvermogen. Voor dieselauto’s lijkt een deel van de verklaring ook te zijn dat autofabrikanten hun dieselmotoren min of meer gelijktijdig met de invoering van de WLTP hebben moeten aanpassen vanwege de aangescherpte Europese milieueisen met metingen op de weg, de zogenaamde RDE-test.

De nieuwe BPM-tabel gaat per 1 juli 2020. De autobranche krijgt daarmee voldoende tijd om de nieuwe BPM-wetgeving te implementeren.

Lees verder

Geen extra bijtellingskorting voor elektrische auto’s van 5 jaar en ouder

De Tweede Kamer vroeg recent om openstelling van deze regeling voor EV’s van 5 jaar en ouder. Daarmee wilde de Tweede Kamer de gebruikte elektrische auto aantrekkelijk maken voor binnenlands gebruik. Export zou zo worden voorkomen.

De staatssecretaris heeft deze mogelijkheid onderzocht. Hij concludeert dat export vooral aan de orde lijkt bij elektrische auto’s uit het duurdere segment. De goedkopere elektrische auto’s vinden doorgaans hun weg naar de particuliere markt en er is zelfs sprake van import van gebruikte goedkopere elektrische auto’s. Cijfers wijzen uit dat in de afgelopen twee jaren steeds ongeveer evenveel elektrische auto’s zijn geïmporteerd als geëxporteerd.

Het is uiteraard afhankelijk van de vraag in hoeverre van deze regeling gebruik gaat worden gemaakt en in hoeverre deze ook tot gevolg heeft dat minder nieuwe elektrische auto’s ter beschikking zullen worden gesteld, zo schrijft staatssecretaris Snel op 5 juli aan de Tweede Kamer. Als deze regeling zou aanslaan, gaat deze maatregel gepaard met substantiële budgettaire gevolgen die niet kunnen worden gedekt uit een aanscherping van youngtimerregeling voor niet-elektrische auto’s.

Hij wijst er ook op dat de grondslag van de bijtelling en het bijtellingspercentage een forfaitaire benadering zijn van het te belasten voordeel in de vorm van loon in natura. Een aanpassing kan alleen aan de orde zijn als blijkt dat deze forfaitaire benadering niet juist is.

Om de ontwikkeling van een tweedehandsmarkt voor de elektrische auto voor particulieren op gang te brengen, zal het kabinet een regeling uitwerken voor het vergoeden van laadtegoed, aanschafsubsidie of een batterijgarantie. Hiermee komt een tweedehands elektrische auto sneller in beeld voor particulieren. Volgens de staatssecretaris komt het kabinet met deze plannen tegemoet aan de wens van de Tweede Kamer om elektrische auto’s van 5 jaar en ouder te behouden voor het Nederlandse wagenpark.

Lees verder

Definitief Klimaatakkoord gepresenteerd

Voor de mobiliteit is vooral de uitwerking van de afspraak uit het regeerakkoord over 100% nulemissie nieuwverkopen van auto’s vanaf 2030 belangrijk. In de komende jaren moet er daarom gekeken worden naar het voor iedereen aantrekkelijk en betaalbaar maken van een elektrische auto. Daarbij zal er naar verwachting steeds minder fiscale stimulering per auto nodig zijn.

Omdat elektrische auto’s zorgen voor vermindering van de accijnsinkomsten, moet er bovendien gekeken worden hoe een goed systeem van autobelastingen er op lange termijn uit kan zien. Er worden daarom diverse varianten van ‘betalen naar gebruik’ onderzocht.

Opvallende aspecten in het onderdeel Mobiliteit van het Klimaatakkoord zijn:

  • Vrijstelling van BPM voor nulemissieauto’s tot en met 2024. Vanaf 2025 wordt de BPM op deze auto’s dan een vast bedrag van 360 euro.
  • Vrijstelling van (het rijksgedeelte van) de motorrijtuigenbelasting voor nulemissieauto’s tot en met 2024, gevolgd door 25% van het normale tarief in 2025 en 100% vanaf 2026.
  • Een aanschafsubsidie voor particuliere rijders van een emissieloze auto waarvan de bedragen nog concreet ingevuld moeten worden.
  • Een bijtelling voor privégebruik van een nulemmissieauto van 8% in 2020, 12% in 2021, 16% in 2022-2024, 17% in 2025 en dan doorstijgend naar het reguliere percentage van 22% in 2026. De bijtellingspercentages worden jaarlijks gemonitord en zonodig aangepast.
  • De huidige aftopping van het verlaagde bijtellingstarief op een catalogusprijs van € 50.000 wordt per 2020 op € 45.000 gesteld en vanaf 2021 op € 40.000.
  • Uitstel van invoering van een aftopping van het bijtellingsvoordeel tot een catalogusprijs van € 50.000 voor waterstof- en zonnecelauto’s tot na 2024.
  • Dekking van de stimuleringsmaatregelen door verhoging van de brandstofaccijns op diesel met 1 cent per 2021 en 1 cent per 2023. Ook zal de korting op de MRB voor bestelauto’s geleidelijk worden verminderd. Het gaat dan om een stijging van 2 euro per maand per bestelauto, vanaf 2021 tot en met 2024.

De komende maanden vindt overleg met de branche en met belangenorganisaties plaats, waarna later dit jaar behandeling van de wetsvoorstellen plaatsvindt in de Tweede en Eerste Kamer. Wij houden u op de hoogte.

Lees verder

Staatssecretaris evalueert youngtimerregeling bijtelling

De staatssecretaris gaat in zijn antwoorden allereerst in op de achtergrond van de regeling: Het fiscaal bevoordelen of “het geven van een prikkel tot het gebruik van auto’s die ouder zijn dan 15 jaar is geen doel van de regeling”, zo schrijft hij. Wel moet de bijtelling van 35% van de werkelijke waarde recht doen aan het werkelijke voordeel van het privégebruik van de auto van de zaak. Bij auto’s van 15 jaar is dat volgens hem vaak een betere basis dan het gebruikelijke forfait van 22% van de cataloguswaarde.

Snel wijst er verder op dat de regeling ook als doel heeft de bijtelling voor de zogenoemde oldtimer vast te stellen op basis van de reële waarde van de auto: Een waarde die bij de echte gerestaureerde oldtimer vele malen hoger kan zijn dan de oorspronkelijke catalogusprijs van misschien wel meer dan 30 jaar terug. De restauratiekosten zijn dan weliswaar zakelijk aftrekbaar, maar de bijtelling gaat dan ook omhoog.

Tot slot schrijft de staatssecretaris dat hij op dit moment werkt aan een onderzoek naar de mogelijkheid om de youngtimerregeling aan te passen. Hij wil de uitkomsten daarvan nog voor het zomerreces aan de Tweede Kamer sturen. Mogelijk wordt daar dan ook de uitbreiding van de regeling tot jongere gebruikte elektrische auto’s in meegenomen, wat een wens is van de Tweede Kamer. Wij houden u op de hoogte!

Lees verder

Mobiliteitsalliantie: belastingen variabel maken

De Mobiliteitsalliantie komt in het Deltaplan Mobiliteit met een blauwdruk voor de toekomst van ons mobiliteitssysteem. Dat plan benadert mobiliteit als één samenhangend geheel. Het gaat niet alleen om de behoefte aan bereikbaarheid, maar bijvoorbeeld ook om onze klimaatambities, ruimtelijke vraagstukken, verkeersveiligheid en energietransitie.

Een bewustere en daarmee eerlijke afweging in het kiezen van de reis vraagt een transitie van vaste kosten naar variabele kosten. De Mobiliteitsalliantie kiest daarom voor een verandering van de vaste belastingen naar een variabel systeem met een vlakke kilometerprijs op de weg en voor experimenten met innovatieve lokale spitsoplossingen. Dat moet zorgen voor een betere spreiding van de mobiliteitsvraag. Het nieuwe systeem komt in de plaats van belasting op bezit, de huidige motorrijtuigenbelasting en de aanschafbelasting BPM. Differentiatie vindt ook plaats op basis van milieukenmerken omdat daarmee direct klimaatbelangen worden gediend. Aanvullend kan worden onderzocht of differentiatie op andere aspecten op termijn mogelijk is, bijvoorbeeld de optie om veilige voertuigen minder te laten betalen per kilometer.

Naast de transitie naar een variabel systeem met een vlakke kilometerheffing is het nodig om te experimenteren met maatregelen op de weg en in het OV, zo stelt de Mobiliteitsalliantie. Maatregelen, waaronder prijsmaatregelen, die tot een betere spreiding van de vraag leiden.

Zo stelt de alliantie voor om een pilot uit te voeren met een variabele fiscale bijtelling voor privégebruik. Zakelijke rijders rijden gemiddeld 13.000 km per jaar voor privédoeleinden. Dit experiment onderzoekt of de invoering van een variabele bijtelling effect heeft op deze privéritten. Zakelijke ritten blijven buiten beschouwing. De deelnemer heeft zelf de keuze om wel of niet te reizen met de auto van de zaak of om anders te reizen.

Een tweede pilot betreft een onderzoek in hoeverre werknemers met een auto van de zaak bij zakelijke ritten kiezen voor een andere vervoersmiddel dan de auto als zij daartoe fiscaal worden gestimuleerd. Het direct doel is CO2-besparing door bewuster autogebruik, maar effecten zijn ook denkbaar op bereikbaarheid en luchtkwaliteit. In een simulatie vergoedt de werkgever de kosten van de auto en die van andere vervoersmiddelen (OV en deelfiets), ook voor privégebruik. In de pilot is over die reizen geen aparte loon en inkomstenbelasting (‘bijtelling’) verschuldigd. Deze wordt inbegrepen in de verschuldigde bijtelling voor de auto. Getoetst wordt in hoeverre het privégebruik van het OV en de deelfiets van invloed zijn op de zakelijke vervoerskeuzes.

Als later dit jaar de fiscale voorstellen voor de autobelastingen in de periode 2021 en volgende jaren worden behandeld in de Tweede Kamer, zullen deze voorstellen ongetwijfeld ook verder aan de orde komen. Wij houden je op de hoogte!

Lees verder

Let op formaliteiten bij APK-keuring tijdens schorsing

In een zaak die kortgeleden bij de belastingrechter voorkwam, ging het om de boete op zo’n naheffing.

De naheffing was opgelegd omdat deze automobilist met zijn auto naar een garagebedrijf gereden was om een voorcontrole voor een APK-keuring te doen. De belastingdienst constateerde het weggebruik en legde een naheffing mét boete op. De discussie bij de rechter ging over de vraag of die boete wel of niet terecht was.

Tijdens een schorsing is weggebruik niet toegestaan. Voor een APK-keuring wordt een uitzondering gemaakt. Daarvoor kun je je vooraf bij de belastingdienst melden, zodat er bij constatering geen naheffing wordt opgelegd. Meld je de keuring niet vooraf, en stuurt de belastingdienst wel een aankondiging van de naheffing, dan kun je ook op dat moment nog onder de naheffing uitkomen als je bewijsstukken van de keuringsafspraak laat zien.

In dit concrete geval was er echter geen echte APK-keuring, maar ging het om een voorcontrole. Deze automobilist had daarom als bewijsstuk een formulier ingebracht waarop is vermeld dat op die bewuste datum een voorcontrole heeft plaatsgevonden, dat enkele gebreken aan de auto zijn aangetroffen, en dat een herkeuring binnen 7 dagen moest plaatsvinden.

De rechter overwoog dat uit de wet blijkt dat er een uitzondering is als gebruik van de weg wordt gemaakt op de dag “waarop dat motorrijtuig naar aanleiding van de aanvraag van een keuringsbewijs aan een keuring wordt onderworpen”, en dat de vrijstelling “wordt verleend indien bescheiden worden overgelegd waaruit blijkt dat het motorrijtuig op de desbetreffende dag aan een keuring zal worden onderworpen”. De rechter oordeelde dat daarvan geen sprake was en dat er daarom ook geen verdedigbaar standpunt was dat zou kunnen leiden tot het vervallen van de boete. De naheffing en de boete bleven dan ook in stand.

Constatering van weggebruik tijdens schorsing is vanaf dit jaar overigens ook weer mogelijk door middel van ANPR-camera’s met kentekenherkenning. Tijdens schorsing naar de APK-keuring kan nog steeds, maar dus alleen op de officiële keuringsdag.

Lees verder

Samenwerkingsverband kan hogere investeringsaftrek krijgen

De bijzonderheid zit in de toedeling van de vaste investeringsaftrek van (in 2019) € 16.051 bij investeringen tussen € 57.322 en € 106.150. Investeer je bijvoorbeeld als ZZP’er dit jaar voor € 95.000, dan is jouw investeringsaftrek € 16.051. Zit je samen met 5 andere ondernemers in een samenwerkingsverband zoals een VOF en investeert die VOF voor € 95.000, dan heeft iedere vennoot een investeringsaftrek van 1/6 van deze € 16.051.

Tot zover best overzichtelijk. Maar wat nu als één van de vennoten in zo’n VOF ook in buitenvennootschappelijk ondernemingsvermogen investeert? Dat komt veel voor, vooral bij onroerend goed en auto’s. Waarbij aangetekend moet worden dat de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek op dit moment alleen geldt voor bestelauto’s en taxi’s.

Volgens de Hoge Raad moet je dan voor die vennoot kijken naar het totaal van de investeringen die deze ondernemer doet, inclusief die van de VOF. In de zaak die bij de Hoge Raad speelde, investeerde de VOF voor zo’n € 40.000 en kocht de vennoot zelf voor € 55.000 een auto. Volgens de Hoge Raad moet deze vennoot daarom voor de bepaling van de investeringsaftrek een bedrag van € 95.000 in zijn berekening verwerken. Dat geeft recht op de investeringsaftrek van het vaste bedrag. De andere vennoten hebben daarnaast ieder recht op een deel van de investeringsaftrek die hoort bij een investeringstotaal van € 40.000. Dat is dus opgeteld meer dan wanneer de VOF zelf alle investeringen had gedaan. De enigszins merkwaardige uitkomst wordt veroorzaakt doordat sinds een aantal jaren de investeringsaftrek niet alleen meer op basis van percentages van de investeringsaftrek wordt berekend, maar bij een bepaalde bandbreedte ook met een vast bedrag gewerkt wordt. Dat biedt echter mooie extra aftrekmogelijkheden!

Lees verder

BOVAG: schone dieselauto blijft nodig voor klimaatdoelstellingen

“We houden de staatssecretaris aan de belofte van zijn voorganger dat invoering van de WLTP geen extra BPM-inkomsten zou mogen opleveren”. De besluiteloosheid van de staatssecretaris zorgt volgens de BOVAG-voorzitter voor veel onzekerheid in de markt. BOVAG beschikt over harde cijfers van onderzoeksbureau JATO, die duidelijk laten zien dat “de papíeren CO2-uitstoot van bestaande automodellen met wel twaalf procent is gestegen”, met als gevolg dat voor dezelfde auto nu meer BPM berekend wordt en de auto dus een hogere aanschafprijs heeft.

BOVAG heeft intussen ook een zevenpuntenplan gemaakt metvoorstellen en randvoorwaarden voor Autobrief 3. Die brief van het kabinet is de opmaat voor een wetsvoorstel met maatregelen voor de autobelastingen in de periode 2021 tot en met 2024. Het Klimaatakkoord zal daarbij een belangrijke rol spelen. BOVAG ziet in de daling, of liever nog afbouw van de BPM een stimulans voor nieuwverkoop en dus verjonging en verduurzaming van het wagenpark. Er moet volgens BOVAG ook gewaakt worden voor overstimulering van met name elektrische auto’s, die nu nog maar beperkt beschikbaar zijn, maar volgens BOVAG binnenkort in grotere aantallen verschijnen. Naast EV’s zouden ook plug-in hybrides gestimuleerd moeten blijven worden. Tot slot waarschuwt BOVAG voor demonisering van de dieselauto. Volgens BOVAG hebben we de moderne schone euro VI diesel hard nodig om de klimaatdoelen te halen. BOVAG wijst erop dat een diesel per definitie minder CO2 uitstoot vergeleken met een zelfde benzinemodel en wijst erop dat de modernste diesels zeer schoon zijn.

Eind juni zal de Rekenkamer overigens een onderzoek opleveren aan de Tweede Kamer waarin niet alleen de stimulering van elektrische auto’s maar ook andere financiële prikkels in de autobelastingen onderzocht worden. Wij houden u op de hoogte!

Lees verder

Auto naar privé overbrengen? Let op bewijslast

De keuze voor ondernemingsvermogen kan voordelig zijn. Je hebt dan weliswaar een bijtelling voor privégebruik, maar alle kosten en lasten zijn fiscaal aftrekbaar. Rij je relatief weinig privé, dan kan juist de keuze voor privévermogen interessant zijn omdat je dan geen bijtelling hebt.

Tussentijds je keuze veranderen – terwijl je wel zelf eigenaar van de auto blijft - kan alleen bij ingrijpende wetswijziging of bij ingrijpende wijziging van omstandigheden. Bijvoorbeeld als je de auto voortaan minder dan 10% zakelijk gebruikt. De auto wordt dan namelijk verplicht privévermogen.

De vraag is echter hoe je dat bewijst. In een recente rechtszaak ging het alsnog mis, en bleef de bijtelling daardoor gewoon doorlopen. In die zaak had de ondernemer in december zijn auto naar privé overgeboekt en naar eigen zeggen daarna tot eind maart alleen privé gereden. Vanaf eind maart reed hij een nieuwe auto, die hij wel weer zakelijk had geboekt. Een rittenregistratie van de ritten met de eerste auto had hij niet bijgehouden. De rechter hierover: Hij heeft weliswaar een eigen verklaring schriftelijk bij de notaris laten vastleggen die behelst dat hij auto 1 enkel in de periode van 22 december 2012 tot 28 maart 2013 voor privédoeleinden heeft gebruikt, maar deze verklaring sluit niet uit dat met auto 1 tevens zakelijke kilometers zijn gereden en de stelling wordt niet ondersteund door andere verifieerbare gegevens.

Wel waren er nog personeelsleden die verklaarden dat zij in deze periode regelmatig hun auto hadden aan hem hadden uitgeleend voor zakelijke ritten. Maar ook dat laat volgens het Gerechtshof de mogelijkheid open dat auto die wel zakelijk is gebruikt. De rechter liet verder nog meetellen dat deze ondernemer in de eerdere en de latere jaren vrijwel altijd een auto tot zijn ondernemingsvermogen heeft gerekend en dat hij ook zijn nieuwe auto weer zakelijk heeft gebruikt. De hiervoor genoemde omstandigheden wijzen er naar het oordeel van het Hof meer op dat de ondernemer zijn eerste auto in de desbetreffende periode nog wel zakelijk heeft gebruikt, ook omdat hij bij de rechtbank en het Gerechtshof heeft verklaard dat hij privé in de auto van zijn vriendin reed.

De nieuwe auto was zakelijk geboekt vanaf aanschaf eind maart. Uit de rittenregistratie bleken 232 privékilometers tot eind december van dat jaar. Omdat volgens het Gerechtshof de eerste auto echter ook tot het ondernemingsvermogen bleef behoren, was er over het hele jaar geen sluitende rittenregistratie. Het gevolg was alsnog een bijtelling over dat hele jaar. Dat had voorkomen kunnen worden door ook voor de eerste auto een rittenregistratie bij te houden. Daar had dan uit moeten blijken dat er alleen privé met de auto gereden was. De auto had dan naar het privévermogen overgebracht kunnen worden. Ook bij zo’n overbrenging naar privé kan een rittenregistratie dus heel zinvol zijn!

Lees verder

Btw-heffing over privégebruik aftrekbaar van de winst

De laatste tijd is daarover opnieuw discussie ontstaan met de belastingdienst. Dat lijkt een wat vreemde discussie, omdat het niet aftrekbare deel van de btw betekent dat je kosten hoger zijn. De inspecteur vond in een concrete situatie echter dat dit gedeelte niet aftrekbaar is van de met inkomstenbelasting belaste winst. Hij vond het een onttrekking voor privégebruik.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft daar deze week een oordeel over geveld. De betreffende ondernemer beriep zich op het vertrouwensbeginsel. Al in 1973 heeft het Gerechtshof in Den Haag namelijk bepaald dat de autokostenfictie (de bijtelling) een wettelijk forfait betreft om het privégebruik voor de inkomstenbelasting “op een praktisch uitvoerbare wijze bij de belastingheffing tot uitdrukking te brengen” en dat het niet past om daarnaast dan nog een onttrekking voor het privédeel van de btw mee te nemen. Met andere woorden: Het btw-aspect is al verwerkt in de bijtelling.

De toenmalige staatssecretaris van Financiën heeft destijds schriftelijk laten weten dat hij geen cassatieberoep instelde. Hij schreef: “Zowel voor de opvatting van het Hof als voor die van de inspecteur zijn argumenten aan te voeren. Mede uit praktische overwegingen kan ik mij er mede verenigen, dat de onderhavige uitspraak van het Hof met betrekking tot het privé-gebruik van een personenauto tot richtsnoer wordt genomen.”

Omdat dit nooit is ingetrokken, kan hier ook anno 2019 nog een beroep op worden gedaan.

De rechtbank voegde daar nog aan toe dat de btw-regels in de loop van de tijd weliswaar qua wetssystematiek zijn veranderd, maar voor de vraag naar de aftrekbaarheid van die omzetbelasting voor de winstberekening in de inkomstenbelasting maakt dat geen verschil.

De inspecteur kan nog in hoger beroep gaan. Of hij dat zal doen, is op dit moment nog niet bekend. Als er hoger beroep wordt ingesteld, houden wij u daarvan vanzelfsprekend op de hoogte.

Lees verder