XLLeaseFiscaliteiten

Fiscaliteiten

Staatssecretaris evalueert youngtimerregeling bijtelling

De staatssecretaris gaat in zijn antwoorden allereerst in op de achtergrond van de regeling: Het fiscaal bevoordelen of “het geven van een prikkel tot het gebruik van auto’s die ouder zijn dan 15 jaar is geen doel van de regeling”, zo schrijft hij. Wel moet de bijtelling van 35% van de werkelijke waarde recht doen aan het werkelijke voordeel van het privégebruik van de auto van de zaak. Bij auto’s van 15 jaar is dat volgens hem vaak een betere basis dan het gebruikelijke forfait van 22% van de cataloguswaarde.

Snel wijst er verder op dat de regeling ook als doel heeft de bijtelling voor de zogenoemde oldtimer vast te stellen op basis van de reële waarde van de auto: Een waarde die bij de echte gerestaureerde oldtimer vele malen hoger kan zijn dan de oorspronkelijke catalogusprijs van misschien wel meer dan 30 jaar terug. De restauratiekosten zijn dan weliswaar zakelijk aftrekbaar, maar de bijtelling gaat dan ook omhoog.

Tot slot schrijft de staatssecretaris dat hij op dit moment werkt aan een onderzoek naar de mogelijkheid om de youngtimerregeling aan te passen. Hij wil de uitkomsten daarvan nog voor het zomerreces aan de Tweede Kamer sturen. Mogelijk wordt daar dan ook de uitbreiding van de regeling tot jongere gebruikte elektrische auto’s in meegenomen, wat een wens is van de Tweede Kamer. Wij houden u op de hoogte!

Lees verder

Mobiliteitsalliantie: belastingen variabel maken

De Mobiliteitsalliantie komt in het Deltaplan Mobiliteit met een blauwdruk voor de toekomst van ons mobiliteitssysteem. Dat plan benadert mobiliteit als één samenhangend geheel. Het gaat niet alleen om de behoefte aan bereikbaarheid, maar bijvoorbeeld ook om onze klimaatambities, ruimtelijke vraagstukken, verkeersveiligheid en energietransitie.

Een bewustere en daarmee eerlijke afweging in het kiezen van de reis vraagt een transitie van vaste kosten naar variabele kosten. De Mobiliteitsalliantie kiest daarom voor een verandering van de vaste belastingen naar een variabel systeem met een vlakke kilometerprijs op de weg en voor experimenten met innovatieve lokale spitsoplossingen. Dat moet zorgen voor een betere spreiding van de mobiliteitsvraag. Het nieuwe systeem komt in de plaats van belasting op bezit, de huidige motorrijtuigenbelasting en de aanschafbelasting BPM. Differentiatie vindt ook plaats op basis van milieukenmerken omdat daarmee direct klimaatbelangen worden gediend. Aanvullend kan worden onderzocht of differentiatie op andere aspecten op termijn mogelijk is, bijvoorbeeld de optie om veilige voertuigen minder te laten betalen per kilometer.

Naast de transitie naar een variabel systeem met een vlakke kilometerheffing is het nodig om te experimenteren met maatregelen op de weg en in het OV, zo stelt de Mobiliteitsalliantie. Maatregelen, waaronder prijsmaatregelen, die tot een betere spreiding van de vraag leiden.

Zo stelt de alliantie voor om een pilot uit te voeren met een variabele fiscale bijtelling voor privégebruik. Zakelijke rijders rijden gemiddeld 13.000 km per jaar voor privédoeleinden. Dit experiment onderzoekt of de invoering van een variabele bijtelling effect heeft op deze privéritten. Zakelijke ritten blijven buiten beschouwing. De deelnemer heeft zelf de keuze om wel of niet te reizen met de auto van de zaak of om anders te reizen.

Een tweede pilot betreft een onderzoek in hoeverre werknemers met een auto van de zaak bij zakelijke ritten kiezen voor een andere vervoersmiddel dan de auto als zij daartoe fiscaal worden gestimuleerd. Het direct doel is CO2-besparing door bewuster autogebruik, maar effecten zijn ook denkbaar op bereikbaarheid en luchtkwaliteit. In een simulatie vergoedt de werkgever de kosten van de auto en die van andere vervoersmiddelen (OV en deelfiets), ook voor privégebruik. In de pilot is over die reizen geen aparte loon en inkomstenbelasting (‘bijtelling’) verschuldigd. Deze wordt inbegrepen in de verschuldigde bijtelling voor de auto. Getoetst wordt in hoeverre het privégebruik van het OV en de deelfiets van invloed zijn op de zakelijke vervoerskeuzes.

Als later dit jaar de fiscale voorstellen voor de autobelastingen in de periode 2021 en volgende jaren worden behandeld in de Tweede Kamer, zullen deze voorstellen ongetwijfeld ook verder aan de orde komen. Wij houden je op de hoogte!

Lees verder

Let op formaliteiten bij APK-keuring tijdens schorsing

In een zaak die kortgeleden bij de belastingrechter voorkwam, ging het om de boete op zo’n naheffing.

De naheffing was opgelegd omdat deze automobilist met zijn auto naar een garagebedrijf gereden was om een voorcontrole voor een APK-keuring te doen. De belastingdienst constateerde het weggebruik en legde een naheffing mét boete op. De discussie bij de rechter ging over de vraag of die boete wel of niet terecht was.

Tijdens een schorsing is weggebruik niet toegestaan. Voor een APK-keuring wordt een uitzondering gemaakt. Daarvoor kun je je vooraf bij de belastingdienst melden, zodat er bij constatering geen naheffing wordt opgelegd. Meld je de keuring niet vooraf, en stuurt de belastingdienst wel een aankondiging van de naheffing, dan kun je ook op dat moment nog onder de naheffing uitkomen als je bewijsstukken van de keuringsafspraak laat zien.

In dit concrete geval was er echter geen echte APK-keuring, maar ging het om een voorcontrole. Deze automobilist had daarom als bewijsstuk een formulier ingebracht waarop is vermeld dat op die bewuste datum een voorcontrole heeft plaatsgevonden, dat enkele gebreken aan de auto zijn aangetroffen, en dat een herkeuring binnen 7 dagen moest plaatsvinden.

De rechter overwoog dat uit de wet blijkt dat er een uitzondering is als gebruik van de weg wordt gemaakt op de dag “waarop dat motorrijtuig naar aanleiding van de aanvraag van een keuringsbewijs aan een keuring wordt onderworpen”, en dat de vrijstelling “wordt verleend indien bescheiden worden overgelegd waaruit blijkt dat het motorrijtuig op de desbetreffende dag aan een keuring zal worden onderworpen”. De rechter oordeelde dat daarvan geen sprake was en dat er daarom ook geen verdedigbaar standpunt was dat zou kunnen leiden tot het vervallen van de boete. De naheffing en de boete bleven dan ook in stand.

Constatering van weggebruik tijdens schorsing is vanaf dit jaar overigens ook weer mogelijk door middel van ANPR-camera’s met kentekenherkenning. Tijdens schorsing naar de APK-keuring kan nog steeds, maar dus alleen op de officiële keuringsdag.

Lees verder

Samenwerkingsverband kan hogere investeringsaftrek krijgen

De bijzonderheid zit in de toedeling van de vaste investeringsaftrek van (in 2019) € 16.051 bij investeringen tussen € 57.322 en € 106.150. Investeer je bijvoorbeeld als ZZP’er dit jaar voor € 95.000, dan is jouw investeringsaftrek € 16.051. Zit je samen met 5 andere ondernemers in een samenwerkingsverband zoals een VOF en investeert die VOF voor € 95.000, dan heeft iedere vennoot een investeringsaftrek van 1/6 van deze € 16.051.

Tot zover best overzichtelijk. Maar wat nu als één van de vennoten in zo’n VOF ook in buitenvennootschappelijk ondernemingsvermogen investeert? Dat komt veel voor, vooral bij onroerend goed en auto’s. Waarbij aangetekend moet worden dat de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek op dit moment alleen geldt voor bestelauto’s en taxi’s.

Volgens de Hoge Raad moet je dan voor die vennoot kijken naar het totaal van de investeringen die deze ondernemer doet, inclusief die van de VOF. In de zaak die bij de Hoge Raad speelde, investeerde de VOF voor zo’n € 40.000 en kocht de vennoot zelf voor € 55.000 een auto. Volgens de Hoge Raad moet deze vennoot daarom voor de bepaling van de investeringsaftrek een bedrag van € 95.000 in zijn berekening verwerken. Dat geeft recht op de investeringsaftrek van het vaste bedrag. De andere vennoten hebben daarnaast ieder recht op een deel van de investeringsaftrek die hoort bij een investeringstotaal van € 40.000. Dat is dus opgeteld meer dan wanneer de VOF zelf alle investeringen had gedaan. De enigszins merkwaardige uitkomst wordt veroorzaakt doordat sinds een aantal jaren de investeringsaftrek niet alleen meer op basis van percentages van de investeringsaftrek wordt berekend, maar bij een bepaalde bandbreedte ook met een vast bedrag gewerkt wordt. Dat biedt echter mooie extra aftrekmogelijkheden!

Lees verder

BOVAG: schone dieselauto blijft nodig voor klimaatdoelstellingen

“We houden de staatssecretaris aan de belofte van zijn voorganger dat invoering van de WLTP geen extra BPM-inkomsten zou mogen opleveren”. De besluiteloosheid van de staatssecretaris zorgt volgens de BOVAG-voorzitter voor veel onzekerheid in de markt. BOVAG beschikt over harde cijfers van onderzoeksbureau JATO, die duidelijk laten zien dat “de papíeren CO2-uitstoot van bestaande automodellen met wel twaalf procent is gestegen”, met als gevolg dat voor dezelfde auto nu meer BPM berekend wordt en de auto dus een hogere aanschafprijs heeft.

BOVAG heeft intussen ook een zevenpuntenplan gemaakt metvoorstellen en randvoorwaarden voor Autobrief 3. Die brief van het kabinet is de opmaat voor een wetsvoorstel met maatregelen voor de autobelastingen in de periode 2021 tot en met 2024. Het Klimaatakkoord zal daarbij een belangrijke rol spelen. BOVAG ziet in de daling, of liever nog afbouw van de BPM een stimulans voor nieuwverkoop en dus verjonging en verduurzaming van het wagenpark. Er moet volgens BOVAG ook gewaakt worden voor overstimulering van met name elektrische auto’s, die nu nog maar beperkt beschikbaar zijn, maar volgens BOVAG binnenkort in grotere aantallen verschijnen. Naast EV’s zouden ook plug-in hybrides gestimuleerd moeten blijven worden. Tot slot waarschuwt BOVAG voor demonisering van de dieselauto. Volgens BOVAG hebben we de moderne schone euro VI diesel hard nodig om de klimaatdoelen te halen. BOVAG wijst erop dat een diesel per definitie minder CO2 uitstoot vergeleken met een zelfde benzinemodel en wijst erop dat de modernste diesels zeer schoon zijn.

Eind juni zal de Rekenkamer overigens een onderzoek opleveren aan de Tweede Kamer waarin niet alleen de stimulering van elektrische auto’s maar ook andere financiële prikkels in de autobelastingen onderzocht worden. Wij houden u op de hoogte!

Lees verder

Auto naar privé overbrengen? Let op bewijslast

De keuze voor ondernemingsvermogen kan voordelig zijn. Je hebt dan weliswaar een bijtelling voor privégebruik, maar alle kosten en lasten zijn fiscaal aftrekbaar. Rij je relatief weinig privé, dan kan juist de keuze voor privévermogen interessant zijn omdat je dan geen bijtelling hebt.

Tussentijds je keuze veranderen – terwijl je wel zelf eigenaar van de auto blijft - kan alleen bij ingrijpende wetswijziging of bij ingrijpende wijziging van omstandigheden. Bijvoorbeeld als je de auto voortaan minder dan 10% zakelijk gebruikt. De auto wordt dan namelijk verplicht privévermogen.

De vraag is echter hoe je dat bewijst. In een recente rechtszaak ging het alsnog mis, en bleef de bijtelling daardoor gewoon doorlopen. In die zaak had de ondernemer in december zijn auto naar privé overgeboekt en naar eigen zeggen daarna tot eind maart alleen privé gereden. Vanaf eind maart reed hij een nieuwe auto, die hij wel weer zakelijk had geboekt. Een rittenregistratie van de ritten met de eerste auto had hij niet bijgehouden. De rechter hierover: Hij heeft weliswaar een eigen verklaring schriftelijk bij de notaris laten vastleggen die behelst dat hij auto 1 enkel in de periode van 22 december 2012 tot 28 maart 2013 voor privédoeleinden heeft gebruikt, maar deze verklaring sluit niet uit dat met auto 1 tevens zakelijke kilometers zijn gereden en de stelling wordt niet ondersteund door andere verifieerbare gegevens.

Wel waren er nog personeelsleden die verklaarden dat zij in deze periode regelmatig hun auto hadden aan hem hadden uitgeleend voor zakelijke ritten. Maar ook dat laat volgens het Gerechtshof de mogelijkheid open dat auto die wel zakelijk is gebruikt. De rechter liet verder nog meetellen dat deze ondernemer in de eerdere en de latere jaren vrijwel altijd een auto tot zijn ondernemingsvermogen heeft gerekend en dat hij ook zijn nieuwe auto weer zakelijk heeft gebruikt. De hiervoor genoemde omstandigheden wijzen er naar het oordeel van het Hof meer op dat de ondernemer zijn eerste auto in de desbetreffende periode nog wel zakelijk heeft gebruikt, ook omdat hij bij de rechtbank en het Gerechtshof heeft verklaard dat hij privé in de auto van zijn vriendin reed.

De nieuwe auto was zakelijk geboekt vanaf aanschaf eind maart. Uit de rittenregistratie bleken 232 privékilometers tot eind december van dat jaar. Omdat volgens het Gerechtshof de eerste auto echter ook tot het ondernemingsvermogen bleef behoren, was er over het hele jaar geen sluitende rittenregistratie. Het gevolg was alsnog een bijtelling over dat hele jaar. Dat had voorkomen kunnen worden door ook voor de eerste auto een rittenregistratie bij te houden. Daar had dan uit moeten blijken dat er alleen privé met de auto gereden was. De auto had dan naar het privévermogen overgebracht kunnen worden. Ook bij zo’n overbrenging naar privé kan een rittenregistratie dus heel zinvol zijn!

Lees verder

Btw-heffing over privégebruik aftrekbaar van de winst

De laatste tijd is daarover opnieuw discussie ontstaan met de belastingdienst. Dat lijkt een wat vreemde discussie, omdat het niet aftrekbare deel van de btw betekent dat je kosten hoger zijn. De inspecteur vond in een concrete situatie echter dat dit gedeelte niet aftrekbaar is van de met inkomstenbelasting belaste winst. Hij vond het een onttrekking voor privégebruik.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft daar deze week een oordeel over geveld. De betreffende ondernemer beriep zich op het vertrouwensbeginsel. Al in 1973 heeft het Gerechtshof in Den Haag namelijk bepaald dat de autokostenfictie (de bijtelling) een wettelijk forfait betreft om het privégebruik voor de inkomstenbelasting “op een praktisch uitvoerbare wijze bij de belastingheffing tot uitdrukking te brengen” en dat het niet past om daarnaast dan nog een onttrekking voor het privédeel van de btw mee te nemen. Met andere woorden: Het btw-aspect is al verwerkt in de bijtelling.

De toenmalige staatssecretaris van Financiën heeft destijds schriftelijk laten weten dat hij geen cassatieberoep instelde. Hij schreef: “Zowel voor de opvatting van het Hof als voor die van de inspecteur zijn argumenten aan te voeren. Mede uit praktische overwegingen kan ik mij er mede verenigen, dat de onderhavige uitspraak van het Hof met betrekking tot het privé-gebruik van een personenauto tot richtsnoer wordt genomen.”

Omdat dit nooit is ingetrokken, kan hier ook anno 2019 nog een beroep op worden gedaan.

De rechtbank voegde daar nog aan toe dat de btw-regels in de loop van de tijd weliswaar qua wetssystematiek zijn veranderd, maar voor de vraag naar de aftrekbaarheid van die omzetbelasting voor de winstberekening in de inkomstenbelasting maakt dat geen verschil.

De inspecteur kan nog in hoger beroep gaan. Of hij dat zal doen, is op dit moment nog niet bekend. Als er hoger beroep wordt ingesteld, houden wij u daarvan vanzelfsprekend op de hoogte.

Lees verder

Voorzichtigheid geboden bij buitenlandse autokoper

Voor leveringen van goederen aan afnemers in andere EU-lidstaten geldt voor de btw een bijzondere regeling. Dit wordt het regime van ‘intracommunautaire leveringen’ genoemd. Dat betekent dat de leverancier de levering in Nederland aangeeft als intracommunautaire levering en hierop het 0%-tarief van de btw toepast. De afnemer geeft de verwerving zelf aan in de eigen btw-aangifte in zijn eigen vestigingsland, en mag die aangegeven btw in principe ook weer aftrekken.

Voorwaarde voor het 0%-tarief is onder andere dat er voldoende bewijsstukken zijn van het vervoer van de goederen naar die andere EU-lidstaat. Dat is een belangrijke voorwaarde. Wordt daar niet aan voldaan, dan kan de btw alsnog worden nageheven bij de verkoper.

Recente rechtspraak laat zien dat het extra belangrijk is om te zorgen voor voldoende bewijsstukken als de goederen door de afnemer zelf naar het buitenland worden vervoerd. Is dat het geval, dan kan naast de andere bewijsstukken, gewerkt worden met een door de afnemer ondertekende afhaalverklaring. Maar dan moet de afnemer wel een vaste afnemer zijn. Zo is er bijvoorbeeld een situatie uit jurisprudentie waarin zo’n verklaring er niet was, maar waarin deze ook niet had geholpen als de verklaring er wel was geweest, omdat er nog maar twee keer eerder aan deze afnemer was geleverd. Kan het 0%-tarief niet met voldoende bewijsstukken onderbouwd worden, dan is Nederlandse btw verschuldigd.

Lees verder

Vergoeding huurkosten niet bewezen: geen aftrek op bijtelling

Dat is ook de les uit een recente rechtszaak. Het ging daarbij om een directeur-grootaandeelhouder van een B.V. Hij had voor zijn werkzaamheden voor de BV een auto ter beschikking met een cataloguswaarde van 67.586 euro.

De discussie ging er niet om of er wel of niet meer dan 500 km per jaar aan privéritten was gereden. Dát was wel duidelijk. Maar de DGA stelde dat er voor de privékilometers geen sprake is van een aan hem ter beschikking gestelde auto in de zin van de bijtellingswetgeving. Hij onderbouwde dat met de stelling dat hij de auto van de vennootschap had gehuurd voor een totaalbedrag van € 12.504 inclusief btw. Dat bedrag had hij in rekening-courant met zijn BV verrekend. Hij heeft daarvoor bankafschriften met een contante storting van 5.650 euro overgelegd, daarnaast was er voor € 7.500 sprake van bankoverschrijvingen naar zijn BV. Deze bedragen moesten volgens hem worden aangemerkt als privéstortingen ter aflossing van de op de huurkosten betrekking hebbende rekening-courantschuld aan zijn BV. De belastinginspecteur stelde dat het huren van de auto niet tot gevolg heeft dat de bijtelling dan niet meer geldt. Daarnaast was de inspecteur van mening dat de DGA de betaling van de huurkosten en de boekingen in de rekening-courantschuld niet aannemelijk heeft gemaakt, zodat deze kosten niet in aftrek komen op de belaste bijtelling.

In hoger beroep werd de inspecteur in het gelijk gesteld. Het van de vennootschap huren van de auto voor privégebruik maakt volgens het Gerechtshof niet dat er geen sprake is van een ter beschikking gestelde auto in de zin van de bijtelling. Verder heeft de DGA niet aannemelijk gemaakt dat de huurkosten daadwerkelijk op hem hebben gedrukt nu hij geen inzicht heeft gegeven in de betreffende grootboekrekeningen van de administratie van de BV. De huurkosten komen daarom niet als bijdrage voor privégebruik in aftrek op de bijtelling.

De aftrek van een eigen bijdrage voor privégebruik is zeker voor DGA’s vaak een goede mogelijkheid om de belastingdruk op de bijtelling te verminderen. Deze uitspraak bewijst echter dat het dan wel aankomt op een goede vastlegging en goede uitvoering.

Lees verder

Bijtelling over catalogusprijs niet strijdig met EU-recht

Dat blijkt uit een recente uitspraak in een zaak waarin een werknemer de stelling poneerde dat de bijtellingswetgeving strijdig is met een regeling uit het EU-verdrag. In die regeling wordt aan lidstaten verboden om op ingevoerde producten hogere belastingen te heffen dan op binnenlandse producten. Deze werknemer vond dat dit verbod was geschonden omdat er voor de bijtelling geen verschil tussen nieuwe en gebruikte auto’s wordt gemaakt. Daardoor zullen werknemers vaak kiezen voor een nieuwe auto, zodat volgens hem dat de invoer van gebruikte auto’s wordt belemmerd.

De rechter vond echter dat de bijtellingswetgeving niet in strijd komt met dit verbod op protectionisme uit het EU-verdrag: Bij de invoer van een gebruikte auto is er BPM verschuldigd en die belasting op ingevoerde auto’s is niet hoger dan de BPM op een nationaal product. Pas later, als de ingevoerde gebruikte auto ter beschikking wordt gesteld aan een werknemer, komt de bijtelling aan de orde. Dat deze situatie zich ook daadwerkelijk zal voordoen, is bij invoer onvoorspelbaar. Niet elke ingevoerde auto zal immers aan een werknemer ter beschikking worden gesteld en ook is dan nog niet duidelijk of het privégebruik groter dan 500 km per jaar zal zijn. Of de bijtelling van toepassing zal zijn, is volgens de rechter te onvoorspelbaar om te kunnen concluderen tot een vorm van fiscaal protectionisme.

Eerder werd er overigens ook al geprocedeerd over het 15 jaar lang berekenen van de bijtelling over de nieuwprijs van de auto en het ontbreken van een tegenbewijsregeling. De Hoge Raad heeft ook dat beroep destijds afgewezen. Ondernemers kunnen overigens soms wel na verloop van een aantal jaren hun auto die zij zowel zakelijk als privé gebruiken uit de zaak overbrengen naar hun privévermogen. Op die manier kan de bijtelling over de nieuwprijs verder worden voorkomen.

Lees verder

Ook nog lage bijtelling na 2020

De afgelopen jaren was het steeds zo dat de autobelastingen per vierjaarsperiode werden vormgegeven. Nadat de plannen voor zo’n periode in een “Autobrief” door het kabinet naar de Tweede Kamer werden gestuurd, werden de plannen dan in de wet opgenomen voor een periode van 4 jaar.

De huidige vierjaarsperiode loopt af per eind volgend jaar. De plannen voor de periode daarna zullen in de loop van 2019 gepresenteerd worden. Voor een belangrijk deel loopt dat parallel met de verdere ontwikkeling van het Klimaatakkoord. Van dat klimaatakkoord werd in december een concept gepresenteerd. Dit voorjaar volgt de verdere uitwerking. Voor de mobiliteit bevat het akkoord een groot aantal plannen, vooral ook voor elektrisch rijden. Dat sluit aan op de afspraak uit het regeerakkoord om te streven naar 100% nulemissie nieuwverkopen vanaf 2030.

Voor de bijtelling voor privégebruik van een nulemmissieauto wordt in het akkoord voorgesteld een percentage te hanteren van 8% (over een catalogusprijs van maximaal € 50.000) in 2021 en 2022. Daarna wordt dat twee jaar 10%. In 2025 gaat de bijtelling dan naar 16% en de bijtelling neemt daarna jaarlijks met één procentpunt toe, tot 20% in 2030. In deze plannen blijft er dus nog langjarig een bijtellingskorting.

Het is overigens bij de huidige wet nog steeds zo dat er een zestigmaandsperiode geldt: Ook als het percentage omhoog gaat voor nieuwe auto’s, hou je zelf het lagere percentage dat gold bij de eerste toelating van jouw auto zolang er nog geen 60 maanden verstreken zijn.

Lees verder

Hoge Raad: naheffingsregels buitenlands kenteken niet discriminerend

Vanaf 2014 mag er namelijk een naheffing worden opgelegd die begint op de dag dat de houder van de auto zich inschreef (of had moeten inschrijven) in het bevolkingsregister en die loopt tot de dag van de constatering van het Nederlandse weggebruik met deze buitenlandse auto. De naheffingsperiode kan daarbij oplopen tot 5 jaar, waarbij de belastingdienst een boete van 100% kan opleggen.

Is dat geen discriminatie naar nationaliteit? Dat vroeg Rechtbank Zeeland-West-Brabant vorig jaar aan de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft daar nu zijn oordeel over gegeven. Opvallend is dat de Hoge Raad in het midden laat of er sprake is van indirecte discriminatie. De Hoge Raad oordeelt namelijk dat er sowieso geen sprake is van een met het Europese verdrag strijdige discriminatie omdat er een rechtvaardigingsgrond voor deze maatregel is. Zonder deze maatregel zou de belastingdienst namelijk in problemen komen met de handhaving van de MRB-plicht op auto’s met een buitenlands kenteken die worden gebruikt door in Nederland wonende personen.

Wel zegt de Hoge Raad dat er een mogelijkheid van tegenbewijs is. Het kan immers zo zijn dat je de auto nog niet ter beschikking had op de dag dat je je inschreef of had moeten inschrijven in het bevolkingsregister. Als je dat aannemelijk kunt maken, begint de naheffingsperiode op een later tijdstip. Ook kan het zo zijn dat je de buitenlandse auto bij de inschrijving al wel ter beschikking had, en op het controlemoment ook, maar in de tussentijd gedurende een bepaalde periode niet. Als je dat aannemelijk kunt maken, krijg je over de tussenliggende periode op basis van dit nieuwe oordeel van de Hoge Raad ook geen naheffing.

Lees verder

Degressieve afschrijving mogelijk voor zorgkostenaftrek in aangifte

Het gaat om de werkelijke uitgaven voor vervoer naar een arts of ziekenhuis en terug en om extra vervoerskosten door ziekte of invaliditeit. In dat laatste geval zijn deze kosten alleen aftrekbaar als je aannemelijk kunt maken dat je door jouw ziekte of invaliditeit hogere vervoerskosten hebt dan iemand die niet ziek of invalide is. Voor die vergelijking moet je dan kijken naar iemand die in financieel en maatschappelijk opzicht met jou vergelijkbaar is. Daarvoor kun je bijvoorbeeld gegevens van Nibud of het CBS gebruiken.

Bij de werkelijke vervoerskosten kun je voor je auto bijvoorbeeld posten meetellen zoals afschrijving, motorrijtuigenbelasting, verzekering en brandstof.

De berekening van de afschrijving is dan nog wel de vraag hoe je die afschrijving berekent. Een nieuwe uitspraak van Gerechtshof Den Haag bevestigt dat je dat met een degressieve afschrijving mag doen. Op die manier hou je het beste rekening met het werkelijke waardeverloop van de auto. De afschrijving is dan in de eerste jaren na aanschaf van de auto hoger dan in latere jaren, zodat je aftrekpost in de eerste jaren ook het hoogst is.

Lees verder

Let bij tegenbewijs bijtelling op het doel van de rit

Belangrijke vraag daarbij is dan natuurlijk wat een privérit is. Is dat bijvoorbeeld aan de orde als je met je auto van de zaak naar een golfclub rijdt om daar (potentiële) zakelijke relaties te ontmoeten?

Die vraag kwam aan de orde in een geschil waarin de Hoge Raad vandaag het hoger beroep heeft bevestigd.

Het gaat daarbij om iemand die in één jaar 79 ritten van en naar golfclubs heeft gemaakt met zijn zakelijke auto. Het geschil ging erover of deel geheel of gedeeltelijk privéritten zijn.

De belastinginspecteur stelde in de eerste plaats dat sportbeoefening sowieso aangemerkt moet worden als een privéaangelegenheid, onafhankelijk van het antwoord op de vraag of deze sport samen met een zakelijke relatie wordt beoefend. Daar ging het Gerechtshof in hoger beroep niet in mee. Het Hof achtte het aannemelijk dat de bezoeken aan de golfclubs zowel samenhangen met de rol als directeur-grootaandeelhouder als met het persoonlijke leven waarin het beoefenen van de golfsport een rol speelt. Voor de verhouding tussen dat zakelijke en privédeel keek het Hof vervolgens naar eerdere jurisprudentie. Daarin is bepaald dat dit soort autoritten die zowel met de dienstbetrekking als met het persoonlijke leven samenhangen, slechts als zakelijk kunnen worden aangemerkt als zij door iemand die niet een dienstbetrekking als die van de belastingplichtige vervult, maar wat inkomen, vermogen en gezin betreft in dezelfde omstandigheden verkeert, niet of niet in dezelfde omvang zouden zijn gemaakt.

Het Hof achtte aannemelijk dat iemand die behalve deze baan verder in dezelfde omstandigheden verkeert als deze berijder, in dit jaar gemiddeld 17 bezoeken brengt aan een golfbaan. Van de gemaakte 79 ritten zijn er dan 62 zakelijk en 17 privé. Met die 17 privéritten kwam deze berijder echter alsnog uit boven de 500 kilometer privé. Deze 17 ritten zorgden dus voor een belaste bijtelling over het hele jaar, ook al was er verder niet of nauwelijks privé met de auto gereden. Het blijft dus erg opletten met ritten met een gemengde bestemming.

Lees verder

Doorrekening brengt het klimaatakkoord een stap dichterbij

Het PBL constateert dat de vormgeving van veel voorstellen in het concept is nog niet volledig duidelijk is. Er moeten op verschillende punten nog keuzes worden gemaakt, die het effect voor een groot deel zullen bepalen. Ook de gedragsreactie van burgers en bedrijven op de voorstellen is onzeker. Maar het pakket als geheel bevat een aantal grote bouwstenen waarmee in verschillende sectoren een nieuwe en belangrijke stap in de energietransitie gezet kan worden, aldus het PBL.

Wat mobiliteit betreft bevat het concept met name maatregelen voor het stimuleren van elektrisch rijden, vanuit de kabinetsdoelstelling dat in 2030 alle nieuw verkochte auto’s nulemissie-auto’s zijn. Ook na het aflopen van de huidige stimuleringsmaatregelen in 2020 blijven er dan fiscale regelingen in de bijtelling, MRB en BPM voor elektrische auto’s, naast een aanschafsubsidie voor particuliere kopers van een elektrische auto.

Het kabinet heeft inmiddels in een eerste reactie op de doorrekening laten weten vast te willen houden aan de oorspronkelijke uitgangspunten: het halen van de klimaatdoelstellingen, zorgen dat het voor huishoudens haalbaar en betaalbaar is en zorgen voor een faire verdeling van lasten tussen mensen en bedrijven. In de komende weken zal er gewerkt worden aan een definitief pakket aan klimaatmaatregelen. Daarbij wil het kabinet de verdeling van de lasten tussen burgers en bedrijven evenwichtiger maken. Onder meer door de industrie een grotere bijdrage te laten leveren aan de transitie.

Wat de automobiliteit betreft wil het kabinet de huidige marktontwikkeling meer mee laten wegen en meer aandacht geven aan ondersteuning van de tweedehandsmarkt voor elektrische auto’s en het voorkomen van oversubsidiëring van nieuwe elektrische auto’s. Onder meer wordt eraan gedacht de in het ontwerp van het Klimaatakkoord opgenomen verhoging van de vaste lasten op het bezit van auto’s met een verbrandingsmotor niet in te voeren. Vermoedelijk komt hier nog voor de zomer meer duidelijkheid over. Wij houden u op de hoogte.

Lees verder